Archiefdocument
Origineel
Doorgezonden op 15 november 1941. De genoemde brief is gedateerd op 13 november 1941. [Gedrukte kader linksboven]
B I J B L A D V A N :
M. No. 2A/16/5 1941
DOORGEZONDEN : 15/11-'41.
[Handschrift rechtsboven]
Af Dank
Bericht doorgegeven aan Weber
voor wie ruimte event. is bestemd
die zich ter zake nader met hr. W. v. R.
in verbinding gaan stellen.
[Hoofdtekst handschrift]
Onder dankzegging bevestig ik hierbij
de ontvangst van Uw brief dd. 13 dezer
en deel U hierbij mede, dat ik een en
ander heb doorgegeven aan het Bestuur van
de V.B.N.A., voor welke vereniging de betr.
ruimte eventueel is bestemd. De V.B.N.A
zal zich ter zake nader met U in verbinding
stellen.
[Links onderaan in rood potlood/krijt]
2A/16/6 M
[Rechts onderaan, paraaf]
DZD
[Gedrukte voettekst]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 De tekst is een formele bevestiging van ontvangst van een brief betreffende de toewijzing of het gebruik van een specifieke ruimte. De schrijver meldt dat de informatie is doorgeleid naar het bestuur van de vereniging V.B.N.A., die de ruimte zal gaan gebruiken. De vereniging zal zelf contact opnemen met de geadresseerde voor verdere afstemming. De handgeschreven notitie rechtsboven fungeert als een interne instructie of verwerkingsnotitie: een persoon genaamd Weber is geïnformeerd en er zal contact worden gezocht met een "hr. W. v. R." (Heer W. van R...). De rode cijfers onderaan (2A/16/6 M) wijzen op een administratieve ordening of een doorverwijzing naar een volgend dossierstuk. Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was kantoor- en bedrijfsruimte schaars en was de toewijzing ervan vaak onderworpen aan strikte administratieve procedures en vorderingen. Het gebruik van een standaardformulier van "Algemene Zaken" suggereert dat dit document afkomstig is uit de administratie van een overheidsinstelling of een groot nutsbedrijf. De V.B.N.A. was in die tijd een actieve belangenorganisatie; de precieze context (bijv. herhuisvesting na een vordering) blijft zonder de bijbehorende brief van de 13e onduidelijk, maar de toon is strikt zakelijk en procedureel. M. No