Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 317
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Officieel afschrift van een ambtelijke brief.

14 november 1941. Van: Hoofdbureau van Politie, Amsterdam (namens de Hoofdcommissaris door H. Holsbergen). Aan: De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte).

Origineel

Officieel afschrift van een ambtelijke brief. 14 november 1941. Hoofdbureau van Politie, Amsterdam (namens de Hoofdcommissaris door H. Holsbergen). De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). No.2A/17/2 M.1941 20/11 AFSCHRIFT.

No.995 L.M.1941 No.1495 c A.Z.1941.
Hoofdbureau van Politie, Amsterdam, 14 Nov.1941.
Dict.
Groep B.
Doss.D.20./41.
Lr.G.No.16709/1941.

Onder terugzending van de bij Uw kantbeschik-
kingen No.1495, d.d. 25 October, 28 October en 6
November jl. gezonden bijlagen betreffende het ver-
voer en lossen van aardappelen, heb ik de eer UEdel-
achtbare te berichten, dat van den inhoud der stuk-
ken werd kennis genomen, en dat deze aan het perso-
neel werd bekend gemaakt.

De Hoofdcommissaris van Politie,
namens dezen, de commissaris van
Politie, toegevoegd voor de Ad-
ministratie,

w.g.H.Holsbergen.

Aan den heer Burgemeester
van Amsterdam.

Kennisgenomen:
De Directeur van het Marktwezen,
w.g.C.F.Sixma. Deze brief is een formeel administratief bewijsstuk van de communicatie tussen de Amsterdamse politie en het gemeentebestuur. De kern van de boodschap is de bevestiging dat nieuwe instructies over de logistiek van aardappelen (vervoer en lossen) zijn ontvangen, gelezen en doorgegeven aan het uitvoerende politiepersoneel.

Opvallend is de strikt hiërarchische en formele toon, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd, met termen als "UEdelachtbare" voor de burgemeester. De afkorting "w.g." staat voor "was getekend", wat aangeeft dat dit document een getypte kopie (afschrift) is van het originele, handgetekende document. De betrokkenheid van de Directeur van het Marktwezen (C.F. Sixma) onderstreept dat dit een zaak was die meerdere gemeentelijke diensten raakte. Het document dateert uit november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke en steeds moeilijker wordende zaak. Aardappelen waren het basisvoedsel voor de bevolking, en de distributie ervan werd streng gereguleerd om tekorten te beheersen en de zwarte handel tegen te gaan.

De politie speelde een cruciale rol bij de handhaving van deze distributieregels. De "Hoofdcommissaris van Politie" in Amsterdam was in deze periode Sybren Tulp, die nauw samenwerkte met de bezetter. Hoewel de brief zelf een puur administratief karakter heeft, weerspiegelt het de bureaucratische controle over de dagelijkse levensbehoeften in oorlogstijd. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment de regeringscommissaris Edward Voûte, aangesteld door de Duitsers na het ontslag van burgemeester De Vlugt.

Samenvatting

Deze brief is een formeel administratief bewijsstuk van de communicatie tussen de Amsterdamse politie en het gemeentebestuur. De kern van de boodschap is de bevestiging dat nieuwe instructies over de logistiek van aardappelen (vervoer en lossen) zijn ontvangen, gelezen en doorgegeven aan het uitvoerende politiepersoneel.

Opvallend is de strikt hiërarchische en formele toon, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd, met termen als "UEdelachtbare" voor de burgemeester. De afkorting "w.g." staat voor "was getekend", wat aangeeft dat dit document een getypte kopie (afschrift) is van het originele, handgetekende document. De betrokkenheid van de Directeur van het Marktwezen (C.F. Sixma) onderstreept dat dit een zaak was die meerdere gemeentelijke diensten raakte.

Historische Context

Het document dateert uit november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke en steeds moeilijker wordende zaak. Aardappelen waren het basisvoedsel voor de bevolking, en de distributie ervan werd streng gereguleerd om tekorten te beheersen en de zwarte handel tegen te gaan.

De politie speelde een cruciale rol bij de handhaving van deze distributieregels. De "Hoofdcommissaris van Politie" in Amsterdam was in deze periode Sybren Tulp, die nauw samenwerkte met de bezetter. Hoewel de brief zelf een puur administratief karakter heeft, weerspiegelt het de bureaucratische controle over de dagelijkse levensbehoeften in oorlogstijd. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment de regeringscommissaris Edward Voûte, aangesteld door de Duitsers na het ontslag van burgemeester De Vlugt.

Kooplieden in dit dossier 1