Handgeschreven brief (klacht).
Origineel
Handgeschreven brief (klacht). 3 november 1941. Mevr. Van den Bosch, Tolstraat Zuid 117 (waarschijnlijk Amsterdam). Onbekende instantie (geadresseerd als "WelEd. Heer", vermoedelijk de Aardappelcentrale of de Plaatselijke Distributiedienst). [Linksboven:] $N^o 24/18/1$ M. 1341 $4/11$
[Rechtsboven:] 3/11 41
[Paraaf in rood:] Th Bevers
WelEd Heer.
Volgens mij is er 3 Nov. Maandag een grove
onbillijkheid gebeurd die ik gaarne had dat
u onderzocht. Mijn zoon heeft nadat hij een bon
had gehaald voor aardappelen (5 mud. bintjes)
in de rij gewacht van 9 uur tot kwart over drie
terwijl er groote handelaren en ook kruiers vér na
hem (en natuurlijk ook degene die voor hem stonden)
gekomen zijn die alle vóór moesten omdat ze een
bon eigenheimers hadden. Toen nu mijn zoon enz.
vroegen of die bon dan niet omgeruild kon worden,
of, voor morgen vast een bon geven kreeg hij overal
neen, dus moest hij wachten. Wat beteekend dat
hij van ½ acht tot ½ 5 onderweg geweest is voor
5 mud aardappelen daar er niet meer als 30% gegeven
werd, daar komt bij dat hij die dag z’n wijk niet
heb hennen doen, en ook niet aldie tijd gegeten heb
want daar rekent men niet op wel. Nu is het morgen
voor ons hetzelfde liedje want onder de tien mud
werd er door de a.c., niet thuis gebracht. Ik ben maar
een leek en één moeder en vind het niet in de haak.
Vooral niet met deze koude waar we nog aan wennen moeten.
Met vriendelijke dank voor uw aandacht.
[Rechtsonder:] 2A
Mevr. Van den Bosch Tolstraat Zuid. 117 * Inhoud: Mevrouw Van den Bosch beklaagt zich over de gang van zaken bij de aardappeluitgifte. Haar zoon heeft ruim zes uur in de rij gestaan voor bintjes, terwijl mensen met bonnen voor 'eigenheimers' (een ander aardappelras) voorrang kregen.
* Gevolgen: De zoon heeft zijn eigen werk ("zijn wijk") niet kunnen doen en heeft de hele dag niet gegeten. Bovendien werd er slechts 30% van de gevraagde hoeveelheid geleverd.
* Toon: De brief is beleefd maar dwingend en verontwaardigd. Ze spreekt vanuit haar rol als moeder en burger ("een leek") tegenover de bureaucratie.
* Taalgebruik: Typisch voor de tijd en sociaal milieu, met enkele grammaticale eigenheden zoals "niet heb hennen doen" (niet hebben kunnen doen) en "wat beteekend" (met een d). Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De voedselschaarste nam in deze periode toe en de distributie werd steeds strikter gereguleerd via bonkaarten.
De "a.c." waarnaar verwezen wordt, is de Aardappelcentrale, de instantie die verantwoordelijk was voor de logistiek en distributie van aardappelen. De brief illustreert de dagelijkse frustraties van burgers: de lange wachttijden, de kou, de willekeur bij de uitgiftepunten en de economische schade (het mislopen van inkomsten) door de inefficiënte distributie. Het feit dat men pas vanaf 10 mud thuisbezorgde, dwong particulieren en kleine afnemers om zelf urenlang in de rij te staan. Van den (Mevrouw)