Archiefdocument
Origineel
20 november 1941. Den Heer Burgemeester van Amsterdam. [Koptekst]
$N^o$ 637 L.M. 1941 22/11
DEPARTEMENT VAN LANDBOUW EN VISSCHERIJ.
RIJKSBUREAU VOOR DE VOEDSELVOORZIENING IN OORLOGSTIJD.
AFDEELING: VERVOER.
'S-GRAVENHAGE, 20 November 1941
Korte Voorhout 5. Telefoon 112130.
No.: 7309
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN:
VERVOLG
[Kader rechts]: Gelieve bij beantwoording dagteekening, afdeeling en nummer aan te halen.
BETREFFENDE: Aardappelen-vervoer.
[Inhoud]
Zooals U Edelachtbare bekend is, zijn door mij maatrege-len getroffen om de bevoorrading van de steden in de komende winter-periode zoo bevredigend mogelijk te doen verloopen.
Zeer speciale zorg is daarbij gewijd aan de aardappelen-voorziening, waarbij het transport uit de productiegebieden naar de steden in verband met de zeer slechte brandstofpositie zeer veel aandacht vraagt. Dit vervoer vindt plaats per spoor en per schip, doch het grootste deel zullen de Nederlandsche Spoorwegen moeten verwerken. Ondanks het beperkte wagenpark en de talrijke vervoeren, welke de Spoorwegen buiten die van de Voedselvoorziening moeten verzorgen, kan een maximum toe-wijzing van wagens alleen plaats vinden, indien organisatorisch die maatregelen worden getroffen, welke de omloop-snelheid van de wagens tot een maximum opvoeren.
Daarbij speelt het lossingsvraagstuk in de steden een zeer groote rol. Indien het lossen niet vlot verloopt, kan het gebeuren, zooals reeds heeft plaats gevonden, dat de voorzie-ning van de steden in onvoldoende mate plaats vindt.
De lossing van aardappelen in de aanvoerplaatsen hangt als vanzelfsprekend samen met de beschikbare arbeidskrachten, terwijl de lossing zelve niet alleen bepaald kan blijven tot de werkdagen, maar ook Zaterdagmiddag en Zondag door moet gaan, willen de spoorwagens tijdig gelost zijn en terug gezonden kun-nen worden naar de plaatsen van belading.
Het is uit dien hoofde dat ik de medewerking van U Edelacht-bare inroep om te bewerkstelligen dat de transport-arbeiders welke geregeld voor de lossing van aardappelen zorg dragen, ook op Zaterdagmiddag en Zondag hun taak vervullen en dat de winke-liers, welke geregeld hun aardappelen ontvangen, ook des Zondags aanwezig moeten zijn om het hun toegewezen quantum in ontvangst te nemen.
[Adressering]
AAN:
den Heer Burgemeester van Amsterdam,
te AMSTERDAM.
[Marginale aanteekeningen en stempels]
Handgeschreven (rechtsboven): Markten
Handgeschreven (onderaan in kader): De Wethouder voor de Levensmiddelen Wasch- en Schoonmaakbedr. en Zweminrichtingen stelt deze in handen van den Heer Directeur van de Markten wezen voor verdere behandeling.
Signatuur: [Onleesbaar]
Datum: A'dam, 28 Nov. 1941.
Stempel onderaan: $N^o$ 2A/22/11 M 34121
Datumstempel: 21 NOV. 1941
--- Dit document is een dringende ambtelijke circulaire van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening aan de Burgemeester van Amsterdam. De kern van de brief is de logistieke problematiek rondom de aardappelvoorziening voor de winter van 1941-1942.
Hoofdpunten:
1. Transportcrisis: Er is een groot tekort aan brandstof ("zeer slechte brandstofpositie"), waardoor het transport noodgedwongen bijna volledig op het spoorwegnet (NS) rust.
2. Schaars materieel: Er is een tekort aan goederenwagons. Om de steden toch te kunnen voeden, moet de "omloop-snelheid" (hoe snel een wagon gelost en teruggestuurd wordt) drastisch omhoog.
3. Doorwerken in het weekend: De afzender eist dat de Burgemeester regelt dat transportarbeiders en winkeliers ook op zaterdagmiddag en zondag werken om de aardappelen in ontvangst te nemen.
4. Bestuurlijke routing: De handgeschreven tekst onderaan toont de interne bureaucratie van de gemeente Amsterdam: de brief wordt doorgezet naar de Wethouder voor Levensmiddelen en uiteindelijk naar de Directeur van de Markten voor uitvoering.
--- Het document dateert van november 1941, anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode strikt gereguleerd door de overheid via het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.
De winter van 1941 was de tweede winter onder bezetting. De schaarste nam toe omdat de bezetter veel goederen en brandstoffen naar Duitsland vorderde. Aardappelen waren het volksvoedsel bij uitstek; een stagnatie in de aanvoer zou direct leiden tot honger en sociale onrust. De eis om op zondag te werken was voor die tijd zeer ongebruikelijk en onderstreept de ernst van de situatie. Het illustreert de overgang naar een totale oorlogseconomie waarin de distributie van basisbehoeften onder enorme druk stond door logistieke tekorten. Gemeente Amsterdam Rijksbureau