Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 347
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Officieel afschrift van een besluit/circulaire.

1 december 1941. Van: Dr. Ir. M.J.L. Dols, Hoofd van de Afdeeling Voedingsvraagstukken.

Origineel

Officieel afschrift van een besluit/circulaire. 1 december 1941. Dr. Ir. M.J.L. Dols, Hoofd van de Afdeeling Voedingsvraagstukken. Afschrift
No. 543 L.M. -1941-
Rijksbureau Voedselvoorziening in Oorlogstijd
Afdeeling Centrale Keukens.
----------

Afd. V.V.
No. E 13126
Scheveningen, 1 Dec:41
Betr. Winteropslag aardappelen.

In verband met de vele verzoeken, welke mij van Gemeentezijde bereiken betreffende een winteropslag aardappelen is nader overleg gepleegd met de Nederlandsche Inkoopcentrale van Akkerbouwproducten aangaande de mogelijkheden voor opslag.

De N.I.C.A. is momenteel in alle plaatsen in Nederland wintervoorraden aan het aanleggen voor de geheele bevolking. Het deel der bevolking, dat uit de Centrale Keukens hun maaltijden betrekt, is daarvoor verdisconteerd.

Door nog eens apart toestemming te verleenen voor aanleggen van een winteropslag zouden wellicht vervoermogelijkheden en opslagruimten, welke anders beschikbaar zouden zijn voor de N.I.C.A. onnodig aan deze instantie worden onttrokken, daar deze instantie voor winteropslag zorgt.

Indien echter noch opslagruimten noch vervoermogelijkheden aan de N.I.C.A. onttrokken worden, met andere woorden indien de Keukens zoowel voor vervoer als opslag zelf kunnen zorgdragen, is het mogelijk een voorraad klei-aardappelen (dus houdbare aardappelen) voor den duur van één week aan te leggen om een eventueele stagnatie in den winter op te vangen.

De aanvragen hiervoor dienen te worden ingediend bij het Rijksbureau Voedselvoorziening in Oorlogstijd, Bureau Massavoeding, onder opgave van vervoermogelijkheid en opslagruimten, alsmede van de hoeveelheid, welke noodig is voor een week opslag met opgave van de sterkte der Keuken.

Het Hoofd van de Afd. Voedingsvraagstukken,
(get.) Dr. Ir. M.J.L. Dols.

Aan:
Geadresseerde. Dit document is een ambtelijke richtlijn die de logistieke beperkingen van de voedselvoorziening tijdens de Duitse bezetting illustreert. De kern van de tekst is de afweging tussen centrale regie en lokale behoefte.

  • Centralisatie: De overheid (via de N.I.C.A.) tracht de volledige controle over de aardappelvoorraad te behouden. Men is huiverig voor lokale initiatieven die beslag leggen op schaarse transportmiddelen en opslagruimte.
  • Logistieke angst: Er wordt specifiek gewaarschuwd voor "stagnatie in den winter". Men vreest dat door bevriezing van waterwegen of zware sneeuwval de aanvoer van aardappelen (het basisvoedsel bij uitstek) stil komt te liggen.
  • Kwaliteit: De nadruk op "klei-aardappelen" is technisch relevant; deze aardappelen groeien in zware grond, hebben een dikkere schil en zijn daardoor veel langer houdbaar dan aardappelen van zandgrond, wat cruciaal is voor een noodvoorraad.
  • Bureaucratische drempel: Hoewel er een opening wordt geboden voor een noodvoorraad van één week, zijn de voorwaarden streng: de aanvrager moet zelf transport en ruimte regelen zonder het centrale systeem te belasten. Ten tijde van dit schrijven (december 1941) was Nederland ruim anderhalf jaar bezet. De voedseldistributie werd steeds nijpender.

Centrale Keukens: Deze keukens werden door gemeenten opgezet om de bevolking, met name de armsten en zij die door de schaarste niet meer zelf konden koken, van een warme maaltijd (vaak stamppot of eenpansgerechten) te voorzien. Dit was een efficiëntere manier om schaarse brandstof en ingrediënten te gebruiken.

Dr. Ir. M.J.L. Dols: Marinus Dols was een invloedrijk voedingsdeskundige die een sleutelrol speelde in de Nederlandse voedselcommissariaten tijdens de oorlog. Zijn beleid was gericht op het voorkomen van grootschalige hongersnood door een strikte, wetenschappelijk onderbouwde rantsoenering.

N.I.C.A.: De Nederlandsche Inkoopcentrale van Akkerbouwproducten was het uitvoerende orgaan dat toezag op de opkoop van oogsten bij boeren. In de praktijk betekende dit dat boeren verplicht waren hun producten aan de N.I.C.A. te leveren tegen vastgestelde prijzen, om de zwarte markt tegen te gaan en de officiële distributie te voeden.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke richtlijn die de logistieke beperkingen van de voedselvoorziening tijdens de Duitse bezetting illustreert. De kern van de tekst is de afweging tussen centrale regie en lokale behoefte.

  • Centralisatie: De overheid (via de N.I.C.A.) tracht de volledige controle over de aardappelvoorraad te behouden. Men is huiverig voor lokale initiatieven die beslag leggen op schaarse transportmiddelen en opslagruimte.
  • Logistieke angst: Er wordt specifiek gewaarschuwd voor "stagnatie in den winter". Men vreest dat door bevriezing van waterwegen of zware sneeuwval de aanvoer van aardappelen (het basisvoedsel bij uitstek) stil komt te liggen.
  • Kwaliteit: De nadruk op "klei-aardappelen" is technisch relevant; deze aardappelen groeien in zware grond, hebben een dikkere schil en zijn daardoor veel langer houdbaar dan aardappelen van zandgrond, wat cruciaal is voor een noodvoorraad.
  • Bureaucratische drempel: Hoewel er een opening wordt geboden voor een noodvoorraad van één week, zijn de voorwaarden streng: de aanvrager moet zelf transport en ruimte regelen zonder het centrale systeem te belasten.

Historische Context

Ten tijde van dit schrijven (december 1941) was Nederland ruim anderhalf jaar bezet. De voedseldistributie werd steeds nijpender.

Centrale Keukens: Deze keukens werden door gemeenten opgezet om de bevolking, met name de armsten en zij die door de schaarste niet meer zelf konden koken, van een warme maaltijd (vaak stamppot of eenpansgerechten) te voorzien. Dit was een efficiëntere manier om schaarse brandstof en ingrediënten te gebruiken.

Dr. Ir. M.J.L. Dols: Marinus Dols was een invloedrijk voedingsdeskundige die een sleutelrol speelde in de Nederlandse voedselcommissariaten tijdens de oorlog. Zijn beleid was gericht op het voorkomen van grootschalige hongersnood door een strikte, wetenschappelijk onderbouwde rantsoenering.

N.I.C.A.: De Nederlandsche Inkoopcentrale van Akkerbouwproducten was het uitvoerende orgaan dat toezag op de opkoop van oogsten bij boeren. In de praktijk betekende dit dat boeren verplicht waren hun producten aan de N.I.C.A. te leveren tegen vastgestelde prijzen, om de zwarte markt tegen te gaan en de officiële distributie te voeden.

Locaties

Scheveningen.

Kooplieden in dit dossier 1