Archiefdocument
Origineel
H: heeft geen recht op een erkenning - ook niet
op een aanvullingsuitkeering.
Hij is nooit in de frontlinie geweest.
M.i. is dus een aanvraag nutteloos.
Hij is nu personeelslid bij de Winkelier
Waterman en na een jaar een erkenning aan-
vragen.
afged.
Vrees 12/2 '41 Het document is een kort, afwijzend advies betreffende een verzoek van een persoon die wordt aangeduid met de initiaal "H". De kern van de afwijzing ligt in het feit dat de betrokkene geen actieve frontdienst heeft verricht ("nooit in de frontlinie geweest"). Hierdoor komt hij volgens de auteur niet in aanmerking voor een officiële statusverhoging ('erkenning') of de bijbehorende financiële extra's ('aanvullingsuitkeering').
De auteur onderbouwt zijn standpunt door te wijzen op de huidige maatschappelijke positie van de aanvrager: hij is werkzaam als personeelslid bij "Winkelier Waterman". De opmerking "na een jaar een erkenning aanvragen" duidt op een zekere verbazing of irritatie over de brutaliteit van de aanvraag, gezien de korte duur van zijn huidige aanstelling of de aard van zijn werkzaamheden in vergelijking met de geclaimde status. Het document is linksonder gemerkt met "afged." (afgedaan), wat betekent dat het dossier hiermee gesloten werd. De datum van 12 februari 1941 plaatst dit document in de eerste fase van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode trachtten veel (voormalig) militairen en burgers erkenning te krijgen voor hun daden of diensten tijdens de Meidagen van 1940, vaak met het oog op veteranenvoordelen of aanvullende uitkeringen in een tijd van toenemende schaarste.
De strikte scheiding tussen wie wel en wie niet "in de frontlinie" had gediend, was essentieel voor de toekenning van dergelijke rechten. De vermelding van "Winkelier Waterman" is interessant; Waterman was een bekende naam in de kantoorartikelen- en vulpennenhandel, maar het kan hier ook gaan om een lokale middenstander. Het document illustreert de bureaucratische afhandeling van persoonlijke claims in oorlogstijd, waarbij de feitelijke staat van dienst zwaarder woog dan de ingediende verzoeken. V. Gees