Ambtsbericht / Rapport van het Marktwezen Amsterdam.
Origineel
Ambtsbericht / Rapport van het Marktwezen Amsterdam. 1 februari 1941. [Header]
No 2B/10/1 M. 1941 3/2
RAPPORT
[Getypte tekst]
J.J. Smit, oud 28 jaar en wonende 1e Oosterparkstraat 210 alhier, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit. Hij verklaart van 1934 tot heden in de betrokken kleinhandel werkzaam te zijn. Van 1934 tot Augustus 1940 is hij als personeel werkzaam geweest bij zijn vader kooper S.P. Smit. Als zoodanig heeft aanvrager toegang gehad tot de Centrale Markt van 1937 tot heden. Sedert Augustus 1940 drijft hij voor eigen rekening kleinhandela in genoemde artikelen. Van het feit, dat hij ook na ~~Maart~~ Augustus 1940 nog toegang heeft gehad als personeel van zijn vader, zal door mij bij afzonderlijk rapport melding worden gemaakt. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld heeft hij de vragen van zijn invulformulier naar waarheid beantwoord.
[Voetnoten en ondertekening]
Den Heer Bedrijfschef v/h Marktwezen.
Amsterdam 1 Februari 1941.
Controleur,
[Handtekening: Velthuis]
[Handtekening links: J. de Bruin(?)]
[Handgeschreven annotaties]
Midden:
Vragenlijst stempelen en doorzenden naar Den Haag
Accoord: [paraaf] 4/2 '41
Rechts:
Doorgezonden
5/2-'41
[paraaf] Dit document is een ambtelijk rapport van het Amsterdamse Marktwezen betreffende een vergunningsaanvraag. De 28-jarige J.J. Smit wenst officieel erkend te worden als zelfstandig kleinhandelaar in groenten en fruit. Uit de tekst blijkt dat hij jarenlang voor zijn vader werkte en pas recent (augustus 1940) voor eigen rekening is begonnen.
Een opvallend administratief detail is de opmerking over een mogelijke onregelmatigheid: Smit bleef na de start van zijn eigen bedrijf de markt betreden met de pas of hoedanigheid van personeelslid van zijn vader. De controleur kondigt hiervoor een apart rapport aan, wat duidt op een strikte handhaving van de marktreglementen. Desondanks adviseert de controleur positief over de waarheidsgetrouwheid van de aanvraag.
De handgeschreven aantekeningen tonen de bureaucratische gang van zaken: het rapport wordt op 1 februari opgesteld, op 4 februari door een superieur goedgekeurd ("Accoord"), en op 5 februari doorgezonden naar de centrale autoriteiten in Den Haag. Het document dateert van februari 1941, negen maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de economie steeds strakker gereguleerd door de bezetter en de gelijkgeschakelde Nederlandse administratie. Erkenningen en vergunningen waren essentieel om legaal handel te mogen drijven, zeker in de voedselsector (groenten en fruit), die vanwege de schaarste en distributie onder streng toezicht stond.
De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center-locatie in West) was het vitale logistieke hart voor de voedselvoorziening van de stad. De noodzaak om documenten door te sturen naar "Den Haag" wijst op de centralisatie van het beleid onder de verschillende departementen of de Rijksbureaus die tijdens de oorlogsjaren de handel en distributie controleerden.