Archiefdocument
Origineel
20 oktober 1941. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale. Handgeschreven: Verzonden 20/10
VG/HG.
de Nederlandsche Groenten-
en Fruitcentrale,
Laan Copes van Cattenburgh 62,
's-Gravenhage .
2B/63/2 M. 2 20 October 1941.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen toekomen een formu-
lier voor aanvrage tot toelating als georganiseerde bij de Neder-
landsche Groenten- en Fruitcentrale om ingedeeld te worden in de
groep handelaren in gewassen van den tuinbouw (Groep E), benevens
een afschrift van een op de onderhavige aanvrage betrekking hebbend
rapport van den controleur B.Felthuis van mijn dienst.
De Directeur, Deze brief is een formeel schrijven van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale uit oktober 1941. Het document dient als begeleidend schrijven bij twee bijlagen: een aanvraagformulier voor erkenning als "georganiseerde" handelaar en een rapport van een controleur genaamd B. Felthuis.
De term "georganiseerde" duidt op de verplichte aansluiting bij beroepsgroepen of productschappen die door de overheid (en in deze periode onder toezicht van de bezetter) waren ingesteld. Zonder deze toelating was legale handel in groenten en fruit nagenoeg onmogelijk. De brief is opgesteld in de toen gebruikelijke, uiterst formele ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te doen toekomen"). Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Nederlandse economie door de Duitse bezetter strak gereguleerd via een systeem van distributie en centrale organisaties. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een dergelijke organisatie die toezicht hield op de productie en handel in de tuinbouwsector.
Bedrijven moesten lid zijn van specifieke vakgroepen (zoals de hier genoemde "Groep E") om hun bedrijf te mogen uitoefenen. De inspecties door controleurs zoals B. Felthuis waren essentieel om te bepalen of een aanvrager voldeed aan de gestelde eisen en om zwarte handel te voorkomen of te beheersen binnen het raamwerk van de voedselvoorziening onder oorlogsomstandigheden. De datum, oktober 1941, plaatst dit document in een periode waarin de greep van de bezetter op de Nederlandse voedselproductie steeds dwingender werd.