Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 2 november 1941. [In de linkerbovenhoek een paars stempel:] Nº 2B/75/1
[Bovenaan gecentreerd/rechts:] M. 19.414/II
2 November 1941
[In potlood of vervaagde inkt:] w. Th. Broeders [?]
Geachte Mijnheer
Hiermede wou ik U in deze
beleefd iets vragen. Ik werk
momenteel in een bedrijf
waar groenten gesneden wordt
voor de verkoop op de markt
Nu werk ik daarin al sinds
Mei 1941. Ik bracht het ook
rond op diverse markten o.a.
ook op de Albert Cuypstraat [boven de regel staat geschreven: 195]
bij H. Polak. Aangezien deze
menschen j.l. zaterdag voor
het laatst gestaan hebben
zoo zou ik graag in aanmer-
king willen komen voor deze
plaats. Nu ben ik j.l. vrijdag
op het bureau geweest in de
Jan v. Galenstraat om inge-
schreven te worden maar
dat kon niet aangezien ik
geen erkenning heb In deze
[Onderaan rechts staat het getal:] 26 * Inhoud: De schrijver van de brief verzoekt om een marktvergunning of standplaats. Hij/zij werkt sinds mei 1941 voor een bedrijf (van H. Polak) dat gesneden groenten verkoopt op verschillende markten, waaronder de Albert Cuypmarkt.
* Aanleiding: De huidige standplaatshouder, H. Polak, heeft de voorgaande zaterdag voor het laatst op de markt gestaan. De schrijver wil deze plek nu overnemen.
* Obstakel: De schrijver is al naar het bureau aan de Jan van Galenstraat (waar de Centrale Markthallen en het Marktwezen gevestigd waren) geweest om zich in te schrijven, maar werd geweigerd omdat hij/zij niet over de juiste "erkenning" (officiële papieren/vergunning) beschikte.
* Toon: De brief is geschreven in een beleefde, ietwat formele maar eenvoudige stijl ("Hiermede wou ik U in deze beleefd iets vragen"). Dit document is zeer tekenend voor de situatie in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting in november 1941.
- Anti-Joodse maatregelen: De naam "H. Polak" en de datum zijn cruciaal. In het najaar van 1941 werden Joodse marktkooplieden stelselmatig van de openbare markten verdreven. Vanaf september 1941 mochten Joden alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan. De opmerking dat Polak "j.l. zaterdag voor het laatst gestaan heeft" suggereert dat Polak als Joodse ondernemer gedwongen werd te stoppen.
- Economische overname: De briefschrijver (vermoedelijk een niet-Joodse werknemer van Polak) probeert direct het gat te vullen dat door de uitsluiting van de Joodse ondernemer is ontstaan. Dit was een proces dat op grote schaal plaatsvond: het overnemen van nering door "ariërs" nadat de Joodse eigenaren waren weggezuiverd.
- Bureaucratie: De verwijzing naar de Jan van Galenstraat duidt op de administratieve rompslomp rondom marktvergunningen onder toezicht van de bezetter en de gemeente Amsterdam. De "erkenning" waarover gesproken wordt, heeft mogelijk te maken met de verplichte registratie bij de verschillende instanties (zoals de Kamer van Koophandel of specifieke bedrijfschappen) die onder Duits toezicht stonden. H. Polak Gemeente Amsterdam Kamer van Koophandel Marktwezen