Ambtsbericht / Rapport van een controleur.
Origineel
Ambtsbericht / Rapport van een controleur. 15 november 1941. F. Felthuis (Controleur). De Bedrijfschef van het Marktwezen. [Stempels/kenmerken bovenin:]
N° 2 B / 83 / 1
M. 1941 15/11
2 B / 83 / 2 M
25/11/41 178
R A P P O R T
(onderstreept)
Ch.van Ieperen, oud 29 jaar en wonende 1e Hugo de Grootstraat 56 alhier, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit. Hij verklaart reeds 3 jaar in de betrokken kleinhandel werkzaam te zijn als zelfstandig venter. Bij informatie, oa bij Sociale Zaken afd: Marnixstraat bleek mij, dat hij de laatste jaren als hulpbesteller werkzaam is geweest bij de P.T.T. terwijl aan hem tevens nog onderstand werd verleend als gevolg van te geringe verdiensten. Hieruit moet dan ook worden afgeleid, dat hij in dien tijd geen handel heeft kunnen drijven. Dat hij ooit met groenten en fruit heeft gevent, was daar niet bekend. Van Ieperen is van 1 September 1934 tot 21 Januari 1938 in het bezit geweest van een ventvergunning onder Serie 12 No 62, welke mottendooders als artikel aangaf. Van deze vergunning heeft Van Ieperen afstand gedaan, doch werd hem deze op 6 November 1940 opnieuw verleend voor het zelfde artikel. Op 29 Augustus 1941 is deze vergunning gewijzigd voor bloemen. Zij nog vermeld, dat van Ieperen eerst sinds September 1941 toegang heeft tot de Centrale Markt als bloemenkooper. Uit het vorenstaande blijkt, dat hij de vragen van zijn invulformulier niet naar waarheid heeft beantwoord.
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
Amsterdam 15 November 1941
Controleur,
[Signatuur: F. Felthuis]
[Handgeschreven onderaan:]
2 B
Rapport Felthuis met formulieren insturen naar N.G.C. [paraaf] 17/11 '41 In dit rapport onderzoekt controleur Felthuis de geloofwaardigheid van een aanvraag voor een erkenning als groenten- en fruithandelaar door de heer Ch. van Ieperen.
- De claim: Van Ieperen beweert dat hij al drie jaar als zelfstandig venter in groenten en fruit werkt.
- De bevindingen: Na navraag bij de afdeling Sociale Zaken blijkt dit niet te kloppen. Van Ieperen werkte als hulpbesteller bij de PTT en ontving daarnaast een uitkering ("onderstand") omdat zijn inkomsten te laag waren. De controleur concludeert dat hij dus helemaal geen tijd of middelen had om een eigen handel te drijven.
- Vergunningsverleden: Uit het archief blijkt dat hij vroeger een vergunning had voor "mottendooders" (mottenballen/bestrijdingsmiddelen) en pas zeer recent (augustus 1941) deze heeft laten omzetten naar bloemen.
-
Conclusie: De aanvrager heeft gelogen op zijn formulier om toegang te krijgen tot de Centrale Markt en de officiële status van kleinhandelaar. Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de economie strak gereguleerd door de bezetter en het Nederlandse ambtenarenapparaat.
-
Distributie en Controle: Door schaarste en rantsoenering was het essentieel voor de overheid om controle te houden op wie er mocht handelen. Een erkenning als handelaar gaf toegang tot de Centrale Markt (tegenwoordig Food Center Amsterdam), waar goederen werden verhandeld. Zonder zo'n erkenning was legale handel onmogelijk.
- Bestrijding van de Zwarte Handel: De strenge controle op vergunningen diende ook om te voorkomen dat mensen buiten het officiële systeem om ("in het zwart") producten gingen verhandelen.
- Sociale Controle: Het document laat zien hoe efficiënt verschillende overheidsinstanties (Marktwezen, Sociale Zaken, PTT) gegevens uitwisselden om fraude op te sporen.
- Mottendooders: Het feit dat hij "mottendooders" verkocht, duidt op een klein bestaan als straatverkoper van huishoudelijke artikelen, wat in schril contrast stond met de meer lucratieve handel in schaarse levensmiddelen waar hij nu een vergunning voor probeerde te krijgen. F. Felthuis Gemeente Amsterdam Marktwezen