Archiefdocument
Origineel
28 november 1941. [Getypte tekst]
R A P P O R T $N^o$ 2B/09/1 M.1941 2/12
Jac.Kaas,oud 25 jaar en wonende 2e Hugo de Grootstraat 72 alhie,
verzoekt om een erkenning als groothandelaar in groenten en
fruit.Hij verklaart reeds elf jaar in de betrokken groothandel
werkzaam te zijn als personeel van den grossier S.de Graaf,
welke grossier gevestigd is in pakhuis C-1 van de Centrale
Markt.Bij onderzoek is mij dit juist gebleken.Kaas heeft als
personeel van de Graaf sedert October 1934 toegang tot de Cen-
trale Markt.Daar de Graaf zich heeft schuldig gemaakt aan prijs-
opdrijving en als gevolg hiervan waarschijnlijk zijn zaak zal
moeten sluiten voor de tijd van achtmaanden,wil Kaas voor eigen
rekening groothandel gaan drijven en overweegt daartoe het huren
van een plaats op de Centrale Markt.Voor zoover door mij kan
worden beoordeeld heeft Kaas de vragen van zijn invulformulier
naar waarheid beantwoord.
Amsterdam 28 November 1941
Controleur,
Den Heer Bedrijfschef [Handtekening: S. Elthing]
v/h Marktwezen.
[Handgeschreven aantekeningen]
Linkermarge (groen):
formulier
+ rapport
F. met
onderheft
bij.
doorsturen
naar
N. G. C. [paraaf]
Rode omkadering (midden onder):
Ook al heeft Kaas met
overtuiging dit ontkend,
is toch aan te raden
hiervoor g.t. [geen toestemming] te verleenen
Rechtsonder (potlood):
Jac. Kaas en de Graaf, die gestraft is
voor prijsopdrijving
Onderaan (inkt):
Ik merk hierbij op, dat het vermoeden voor de
hand ligt, dat Kaas de zaken voor S. de Graaf (gecamou-
fleerd) wil voortzetten, zoodat [doorgehaald] [onleesbaar] geen
groothandelserkenning is te verleenen [Paraaf]
--- Het document betreft een onderzoek naar een aanvraag van Jac. Kaas om zelfstandig groothandelaar te worden op de Centrale Markt in Amsterdam. De feitelijke aanleiding is dat zijn huidige werkgever, de heer S. de Graaf, een straf van acht maanden sluiting heeft gekregen wegens 'prijsopdrijving' (het illegaal verhogen van prijzen boven de vastgestelde maxima).
Hoewel de controleur in het typschrift nog gematigd positief lijkt (bevestiging van arbeidsverleden en eerlijkheid bij het invullen van het formulier), laten de handgeschreven toevoegingen een ander beeld zien. De autoriteiten wantrouwen de aanvraag en zien het als een zogenaamde 'camouflage-constructie': een poging om de zaak van De Graaf onder een andere naam (Kaas) open te houden en zo de sanctie te ontduiken. Het uiteindelijke advies is dan ook om de vergunning/erkenning te weigeren.
--- Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt van Amsterdam was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening, die in deze periode streng werd gereguleerd via distributie en prijscontroles. 'Prijsopdrijving' werd door de bezetter en de collaborerende instanties zwaar bestraft om zwarte handel tegen te gaan en de greep op de economie te behouden.
Daarnaast is de achternaam 'Kaas' veelvoorkomend onder de Joodse bevolking van Amsterdam, die sterk vertegenwoordigd was in de markthandel. In november 1941 waren de anti-Joodse maatregelen in volle gang: Joden werden stelselmatig uit het economische leven geweerd. Hoewel de officiële reden voor de afwijzing in dit rapport de vermoede 'camouflage' van de gestrafte De Graaf is, moet de context van toenemende uitsluiting van Joodse ondernemers in het achterhoofd worden gehouden bij documenten uit deze specifieke periode en sector.