Archief 745
Inventaris 745-347
Pagina 126
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt verslag van een vergadering (pagina 2).

Origineel

Getypt verslag van een vergadering (pagina 2). 2

15.000 venters). Hy vraagt den leden of deze hiervoor een verklaring kunnen geven. Komt het, omdat niet alle venters zich aanmelden; melden de venters in loondienst zich niet en de groentenventers met vaste klanten, zoomede de lompenventers?
De heer Presser vangt aan met op te merken, dat hy de ambtenaren ter Secretarie reeds op verschillende misverstanden heeft opmerkzaam gemaakt. De lompenventers byv. werden by den aanvang allen weggestuurd. Het bleek, dat de ambtenaren van meening waren, dat deze venters niet opnieuw behoefden te worden geregistreerd. Deze aangelegenheid is door hem (Presser) rechtgezet en hy heeft de toezegging ontvangen, dat er nogmaals, speciaal voor de lompenventers, een oproep in de dagbladen zou verschynen.
De venters in loondienst hebben van hunne maatschappyen de mededeeling ontvangen, dat zy geen vergunning behoefden aan te vragen, daar zy bezorgers waren. Het gevolg is geweest, dat een groot aantal van deze venters zich niet heeft aangemeld.
Bovendien is dezen menschen, wanneer ze zich wel ten Stadhuize kwamen melden, gezegd, dat zy zich niet behoefden op te geven, want zy behoorden tot de bezorgers. Hy (Presser) zou liever zien, dat alle venters, die zich ten Stadhuize komen melden, geregistreerd werden, dan kan men later gaan schiften.
Ook onder de groentenventers heerscht misverstand. Ze zyn de gedachte toegedaan, dat zy geen vergunning behoeven aan te vragen, daar zy vaste klanten bedienen. Dit is echter niet juist, daar deze menschen even goed op zoek zyn naar nieuwe klanten en hunne waar ook luidkeels aanpryzen. Wanneer er menschen aan hun kar komen koopen, zullen ze die toch niet afwyzen met het gezegde: "Ik verkoop alleen aan vaste klanten".
Hy constateert, dat de definitie: "Wat zyn bezorgers" niet voldoende aan deze menschen bekend is.
Tenslotte zyn er een aantal venters, die saboteeren en niet aanvragen. Hiertegen heeft hy reeds in zyn vakblad ernstig gewaarschuwd.
Dit zyn, volgens hem, de factoren, welke het aantal venters, dat zich aanmeldt, drukken. Zyn schatting van het aantal venters blyft plm. 10.000.
De heer Seegers constateert, dat de leiding, belast met de registratie der venters, zich een bevoegdheid heeft toegeëigend, welke haar niet toekomt. Het is de Commissie van Advies, die naar zyn meening moet oordeelen, welke venter een vergunning zal krygen en welke niet. Thans doet zich by de invulling der vragenlyst het vreemde geval voor, dat de ambtenaren al uitmaken, wie geen vergunning zullen krygen, dus gedeeltelyk ook al wie er wel een zullen krygen. Hy is van meening, dat deze bevoegdheid niet by de Secretarie berust doch in eerste instantie by deze Commissie en in hoogste instantie by B.& W.
Hy heeft protesten ontvangen van venters, die geweigerd werden toen zy zich wilden laten inschryven, waarna hy zich direct tot de Directie van het Marktwezen heeft gewend, wel- Dit document legt een ambtelijk en organisatorisch conflict bloot betreffende de regulering van straathandel. Er is sprake van een aanzienlijk verschil tussen het verwachte aantal venters (15.000) en het aantal daadwerkelijke aanmeldingen (geschat op 10.000).

De kernpunten van de discussie zijn:
1. Onduidelijkheid over definities: Er bestaat grote verwarring over het onderscheid tussen een 'venter' (vergunningsplichtig) en een 'bezorger' (niet vergunningsplichtig). Dit geldt met name voor personeel in loondienst en groentenventers met een vaste klantenkring.
2. Ambtelijke willekeur: De heer Seegers uit felle kritiek op de ambtenaren van de Secretarie. Hij stelt dat zij onterecht op de stoel van de Commissie van Advies zitten door mensen bij de balie al weg te sturen of te beoordelen, nog voordat een officiële aanvraag is getoetst.
3. Weerstand vanuit de beroepsgroep: Er wordt melding gemaakt van 'sabotage' (het bewust niet aanvragen van vergunningen), wat wijst op sociale onrust of onvrede over de nieuwe regelgeving onder de straatverkopers. Het document dateert waarschijnlijk uit de jaren '30 of de vroege jaren '40 van de 20e eeuw (gelet op de spelling "hy/zy" en de terminologie). In deze periode probeerden grote steden in Nederland, met name Amsterdam (gezien de termen 'Marktwezen' en 'Stadhuis'), de straathandel aan banden te leggen en te professionaliseren door middel van strikte vergunningsstelsels.

De heer Presser en de heer Seegers treden hier op als belangenbehartigers of commissieleden die proberen de kloof tussen de weerbarstige praktijk op straat en de ambtelijke bureaucratie te overbruggen. De tekst illustreert de frictie die ontstaat wanneer een informele sector (zoals de lompenhandel en straatverkoop) wordt geconfronteerd met moderne overheidsdrang tot registratie en controle.

Samenvatting

Dit document legt een ambtelijk en organisatorisch conflict bloot betreffende de regulering van straathandel. Er is sprake van een aanzienlijk verschil tussen het verwachte aantal venters (15.000) en het aantal daadwerkelijke aanmeldingen (geschat op 10.000).

De kernpunten van de discussie zijn:
1. Onduidelijkheid over definities: Er bestaat grote verwarring over het onderscheid tussen een 'venter' (vergunningsplichtig) en een 'bezorger' (niet vergunningsplichtig). Dit geldt met name voor personeel in loondienst en groentenventers met een vaste klantenkring.
2. Ambtelijke willekeur: De heer Seegers uit felle kritiek op de ambtenaren van de Secretarie. Hij stelt dat zij onterecht op de stoel van de Commissie van Advies zitten door mensen bij de balie al weg te sturen of te beoordelen, nog voordat een officiële aanvraag is getoetst.
3. Weerstand vanuit de beroepsgroep: Er wordt melding gemaakt van 'sabotage' (het bewust niet aanvragen van vergunningen), wat wijst op sociale onrust of onvrede over de nieuwe regelgeving onder de straatverkopers.

Historische Context

Het document dateert waarschijnlijk uit de jaren '30 of de vroege jaren '40 van de 20e eeuw (gelet op de spelling "hy/zy" en de terminologie). In deze periode probeerden grote steden in Nederland, met name Amsterdam (gezien de termen 'Marktwezen' en 'Stadhuis'), de straathandel aan banden te leggen en te professionaliseren door middel van strikte vergunningsstelsels.

De heer Presser en de heer Seegers treden hier op als belangenbehartigers of commissieleden die proberen de kloof tussen de weerbarstige praktijk op straat en de ambtelijke bureaucratie te overbruggen. De tekst illustreert de frictie die ontstaat wanneer een informele sector (zoals de lompenhandel en straatverkoop) wordt geconfronteerd met moderne overheidsdrang tot registratie en controle.

Kooplieden in dit dossier 3

J. Evertsenstraat Waterlooplein
V.V.O. Waterlooplein
T. Katestraat Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 3