Archief 745
Inventaris 745-347
Pagina 146
Dossier 37
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte notulen van een vergadering (pagina 9).

Origineel

Getypte notulen van een vergadering (pagina 9). 9

nieuwe vergunningen meer zullen worden uitgereikt.
De heer Balder wyst op de consumptieysbereiders, die soms 40 menschen
in dienst hebben. Hy is van oordeel, dat aan zoo’n firma ook
40 vergunningen moeten worden uitgereikt, daar deze firma’s
anders genoodzaakt zouden worden zich alleen van personeel te
voorzien, die een vergunning hebben. Hy vindt dit niet ideaal.
De heer Presser heeft reeds gehoord, dat door deze firma’s een collec-
tieve vergunning zal worden aangevraagd. De mogelykheid hiertoe
is hem niet bekend en hy ontraadt ook ten sterkste aan een der-
gelyke aanvraag gevolg te geven. Door de invoering van het
ysbesluit (en het melkbesluit) heeft men automatisch venters
gekweekt en het is juist de bedoeling van de Ventverordening
om het aantal te beperken. Iedere venter individueel zal ver-
gunning moeten aanvragen en nieuwe vergunningen zullen niet
worden verstrekt.
De Voorzitter zegt, dat er geen sprake van is, dat aan bepaalde lichamen
een collectieve vergunning zal worden uitgereikt. Indien deze
40 menschen in dienst hebben, moeten deze 40 ieder voor zich
vergunning aanvragen. De ventverordening heeft niets te maken
met bepaalde loonregelingen.
Op een desbetreffende vraag van den Voorzitter blykt, dat alle
heeren, met uitzondering van den heer Balder, van meening zyn,
dat in de Ventverordening opgesloten ligt, dat ventvergunningen
slechts aan venters individueel zullen worden gegeven.
De heer Balder wyst op de koopers van de groote petroleum-maatschappyen.
Deze bedienen meest vaste klanten. Men gaat deze maatschappyen
nu dwingen om nieuw personeel uitsluitend uit het venterscorps
(met vergunning) te recruteeren.
De Voorzitter ziet hier geen andere mogelykheid, daar men anders de
Ventverordening onmogelyk gaat maken.
De heer Presser geeft de vergadering in overweging in de dagbladen
te doen publiceeren, dat de venters in dienst van aan maatschappy
of firma e.d. zelfstandig vergunning moeten aanvragen.
De heer Balder maakt hiertegen ernstig bezwaar.
De heer Presser deelt nog mede, dat door de Petroleum-maatschappyen
gezegd wordt, dat het personeel by hen in dienst geen venter is.
Dit is een misverstand, dat door de maatschappyen, die van be-
zorgers spreken, wordt in de hand gewerkt.
Hy onderscheidt 3 groepen van venters:
1o. venters in loondienst
2o. venters op provisie
3o. vrye venters,
doch in de uitoefening van hun bedryf is geen enkel verschil te
constateeren. Het zyn alle venters.
De Voorzitter stelt voor B. & W. met deze zaak in kennis te stellen onder
mededeeling, dat de Commissie wel van oordeel is, dat hierom-
trent iets gepubliceerd moet worden, doch dat aan B. & W. wordt
overgelaten wat.
De heer Balder verwacht zeker actie van de zyde der maatschappyen. De
ysbereiders zyn reeds by hem geweest, waarna hy eens geïnformeerd
heeft by de crisiszuivelcentrale. Daar worden ook vergunningen
uitgegeven voor het aantal venters, dat in het bedryf werkzaam
is.-
De Voorzitter zegt, dat dit een geheel andere zaak is dan met de
Ventverordening wordt beoogd.
De heer Sixma merkt nog op, dat het voor de maatschappyen wel eens Dit document verslaat een discussie over de interpretatie en uitvoering van de "Ventverordening". De kern van het conflict ligt in de vraag of grote bedrijven (zoals ijsfabrikanten en oliemaatschappijen) collectieve vergunningen voor hun personeel kunnen krijgen, of dat iedere werknemer die langs de deuren gaat individueel een vergunning moet aanvragen.

De heer Balder pleit voor de belangen van de bedrijven. Hij vreest dat zij hun eigen personeelsbeleid verliezen als zij alleen mensen uit het bestaande "venterscorps" mogen aannemen. De overige leden, met name de heer Presser en de Voorzitter, houden vast aan de strikte regels van de verordening. Hun doel is juist het beperken van het totaal aantal venters op straat.

Een interessant detail is de discussie over terminologie: bedrijven noemen hun personeel liever "bezorgers" om onder de verordening uit te komen, maar de commissie stelt dat iedereen die aan de deur verkoopt, ongeacht de contractvorm, juridisch gezien een "venter" is. Het document dateert uit de jaren '30 van de twintigste eeuw, midden in de Grote Depressie. In deze periode nam de straathandel (venten) enorm toe omdat veel werklozen zo probeerden een inkomen te verwerven. Gemeenten probeerden dit in te dammen met strenge Ventverordeningen om gevestigde winkeliers te beschermen en de openbare orde te handhaven.

De verwijzing naar de "Crisiszuivelcentrale" (opgericht in 1932) bevestigt deze tijdsperiode. Het document weerspiegelt de toenemende regeldruk vanuit de overheid tijdens de crisisjaren en de spanning tussen overheidsregulering en het bedrijfsleven. De genoemde spelling (zoals "maatschappyen" en "ys") is kenmerkend voor de officiële schrijftaal van vóór de spellinghervorming van Marchant.

Samenvatting

Dit document verslaat een discussie over de interpretatie en uitvoering van de "Ventverordening". De kern van het conflict ligt in de vraag of grote bedrijven (zoals ijsfabrikanten en oliemaatschappijen) collectieve vergunningen voor hun personeel kunnen krijgen, of dat iedere werknemer die langs de deuren gaat individueel een vergunning moet aanvragen.

De heer Balder pleit voor de belangen van de bedrijven. Hij vreest dat zij hun eigen personeelsbeleid verliezen als zij alleen mensen uit het bestaande "venterscorps" mogen aannemen. De overige leden, met name de heer Presser en de Voorzitter, houden vast aan de strikte regels van de verordening. Hun doel is juist het beperken van het totaal aantal venters op straat.

Een interessant detail is de discussie over terminologie: bedrijven noemen hun personeel liever "bezorgers" om onder de verordening uit te komen, maar de commissie stelt dat iedereen die aan de deur verkoopt, ongeacht de contractvorm, juridisch gezien een "venter" is.

Historische Context

Het document dateert uit de jaren '30 van de twintigste eeuw, midden in de Grote Depressie. In deze periode nam de straathandel (venten) enorm toe omdat veel werklozen zo probeerden een inkomen te verwerven. Gemeenten probeerden dit in te dammen met strenge Ventverordeningen om gevestigde winkeliers te beschermen en de openbare orde te handhaven.

De verwijzing naar de "Crisiszuivelcentrale" (opgericht in 1932) bevestigt deze tijdsperiode. Het document weerspiegelt de toenemende regeldruk vanuit de overheid tijdens de crisisjaren en de spanning tussen overheidsregulering en het bedrijfsleven. De genoemde spelling (zoals "maatschappyen" en "ys") is kenmerkend voor de officiële schrijftaal van vóór de spellinghervorming van Marchant.

Kooplieden in dit dossier 3

J. Evertsenstraat Waterlooplein
V.V.O. Waterlooplein
T. Katestraat Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 3