Verslag/Notulen van een commissievergadering (waarschijnlijk een commissie voor markt- en straathandel).
Origineel
Verslag/Notulen van een commissievergadering (waarschijnlijk een commissie voor markt- en straathandel). Circa 1935 (gebaseerd op de herhaalde referentie naar dossiernummers uit "L.M. 1935"). Verzoek van de Wed. Vischschoonmaker aan Burgemeester en Wethouders om de ventvergunning van haar man op haar naam te doen overschryven.
De heer Presser is tegen elke overschryving van ventvergunningen, daar deze persoonlyk zyn.
De heer Neeter staat hier niet zoo positief tegenover. Men moet den band tusschen man en vrouw erkennen. op de markten mogen man en vrouw elkaar vervangen of tezamen de plaats bezetten . Spreker moet echter erkennen dat het hier niet mogelyk is aan het verzoek te voldoen. Het is echter wel gewenscht hieraan binnenkort aandacht te wyden.
De Voorzitter wyst op de consequenties. Het is momenteel niet mogelyk aan het verzoek te voldoen. Spreker stelt echter voor by de aanstaande behandeling eener wyziging der Ventverordening ook dit punt ter tafel te brengen.
De Voorzitter stelt vervolgens punt 3 der agenda aan de orde:
adres van de Vischventersvereeniging "Ons Belang" te Marken inzake opheffing wyken, om advies aan de Commissie gezonden (no. 738 L.M. 1935) (denleden in afschrift gezonden)
De Voorzitter herinnert aan het adres van de ventersvereeniging "Ons Belang" te Amsterdam, waarin o.a. het zelfde is gevraagd. Dit voorstel is toen met algemeene stemmen, uitgezonderd de stem van den heer Seegers, verworpen. De Commissie besluit afwyzend op dit adres te adviseeren; het is niet gewenscht reeds thans wyziging te brengen in de gestelde wykindeeling.
Vervolgens stelt de Voorzitter punt 4 der agenda aan de orde:
verstrekking van een ventvergunning (opkoopers vergunning) aan Isaac Plas, om advies aan de Commissie gezonden no. 56/63 L.M. 1935 (den leden zyn verschillende afschriften van brieven hieromtrent gezonden).
Daar uit de stukken blykt, dat verzoeker nimmer van het venten te Amsterdam zyn beroep heeft gemaakt (wel heeft hy tydens ziekte van zyn vader, die een opkoopersvergunning heeft, dezen tydelyk vervangen) besluit de Commissie te adviseeren, den verzoeker geen ventvergunning te verleenen.
De Voorzitter stelt punt 5 der agenda aan de orde:
verzoek van den Directeur voor Maatschappelyken Steun om aan J.H.M. Knol een ventvergunning te verstrekken om advies aan de Commissie gezonden onder no. 56/267 L.M. 1935 (den leden in afschrift gezonden).
Knol heeft, waarschynlyk wegens gebrek aan yver, nagelaten tydig een ventvergunning aan te vragen, hy heeft echter in den zomer van 1933 en 1934 met ys gevent; bovengenoemde Directeur verzoekt te willen overwegen, teneinde te voorkomen dat Knol doorloopend gesteund zal moeten worden, of hem alsnog een ventvergunning kan worden verleend. * Beleid rondom vergunningen: Het document illustreert de strikte regelgeving omtrent ventvergunningen in de jaren '30. Vergunningen waren strikt persoonsgebonden ("persoonlyk"). De discussie over de weduwe Vischschoonmaker toont een spanningsveld tussen strikte handhaving (Presser) en sociale billijkheid (Neeter).
* Wijkstelsel: Er is sprake van een "wykindeeling". De verenigingen "Ons Belang" (zowel de Markense als de Amsterdamse afdeling) probeerden dit systeem te laten opheffen, wat door de commissie werd afgewezen om de status quo te handhaven.
* Professionaliteit als criterium: In de casus Isaac Plas wordt een vergunning geweigerd omdat hij geen professionele historie als venter heeft. Het incidenteel invallen voor een familielid wordt niet als voldoende vakbekwaamheid of noodzaak gezien.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke ambtelijke spelling (bijv. "overschryving", "wyziging", "tydelyk"), waarbij de 'ij' consequent als 'y' wordt getypt. * Economische crisis: De context van de Grote Depressie is duidelijk voelbaar in punt 5. De "Directeur voor Maatschappelyken Steun" (de toenmalige sociale dienst) dringt aan op het verlenen van een vergunning aan J.H.M. Knol. Het doel hiervan is puur economisch: zelfvoorziening stimuleren om te voorkomen dat de man "doorloopend gesteund" (afhankelijk van een uitkering) blijft.
* Sociale controle: De opmerking over Knol's "gebrek aan yver" getuigt van het moraliserende karakter van de sociale steun in die tijd; men kreeg niet zomaar hulp, men diende zich in te zetten voor werk.
* Belangenverenigingen: De vermelding van "Ons Belang" duidt op de sterke organisatiegraad van de kleine zelfstandigen en straatverkopers in die periode, die via adressen (petities) probeerden invloed uit te oefenen op het gemeentelijk beleid.