Notulen (verslag van een vergadering).
Origineel
Notulen (verslag van een vergadering). Woensdag 16 oktober 1935. VYF EN DERTIGSTE vergadering van de Permanente Commissie van Advies inzake Ventvergunningen op Woensdag 16 October 1935 te 2 ½ uur n.m.
Aanwezig: De Voorzitter Dr. A.v.d.Laan; De Secretaris Mr. A.v.Praag de leden Seegers, Presser, v. 't Hek en Cohen benevens de heer A.H. de Haer. Afwezig met kennisgeving het lid Neeter.
De agenda luidt:
1. goedkeuring notulen 34 ste vergadering
2. ingekomen stukken.
3. rapport van het lid Presser aan de Permanente Commissie van Advies inzake Ventvergunningen (den leden in afschrift gezonden
4. verbod verkoop aal in zaagsel.
5. verbod van bedrog in maat, gewicht of getal bij het venten.
6. overdracht van ventvergunningen in byzondere gevallen
7. definitie van het begrip "venten"
8. rondvraag.
De Voorzitter opent de vergadering en stelt punt 1 der agenda aan de orde: goedkeuring notulen van de 34ste vergadering. Deze worden ongewijzigd goedgekeurd.
Vervolgens stelt de Voorzitter punt 2 der agenda aan de orde: Ingekomen stukken.
De Voorzitter leest voor een afschrift van een missive van den Wethouder voor de Levensmiddelen aan den Wethouder voor Maatschappelyken Steun; houdende afwyzing van het verzoek om aan J.H.M.Knol een ventvergunning te verstrekken.
Spreker herinnert er aan, dat een verzoek van den Directeur voor Maatschappelyken Steun t.a.v.Knol is behandeld in de 33ste vergadering der Commissie. Dit verzoek is toen ter afdoening in handen gesteld van den Voorzitter; indien by onderzoek zou blyken, dat Knol zelf prys stelt op een vergunning, dan zou de Commissie geen bezwaar hebben tegen verleening daarvan. Aangezien Knol er echter geen prys op stelde, is den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen voorgesteld, het verzoek van den Directeur voor Maatschappelyken Steun af te wyzen. De vergadering neemt de bovenbedoelde missive voor kennisgeving aan.
De Voorzitter deelt mede, dat Burgemeester en Wethouders hebben besloten vrystelling van betaling van ventgeld te verleenen gedurende den tyd, dat een venter, marktkoopman of standplaatshouder in een ziekenhuis, sanatorium of herstellingsoord wordt verpleegd, onder voorwaarde, dat gedurende den tyd dier verpleging de ventvergunning in bewaring wordt gegeven by den dienst van het Marktwezen.
Spreker herinnert er aan, dat de meerderheid der Commissie den wensch te kennen heeft gegeven deze vrystelling ook te verleenen voor ziekte-gevallen waarby verpleging in huis plaats vindt. Deze wensch is ter kennis van den Wethouder voor de Levensmiddelen gebracht; deze deelt echter de opvatting van den Voorzitter dat de betreffende regeling niet moet gelden by gewone ziektegevallen, gezien de groote contrôle-moeilykheden, die een een ander zeker ten gevolge zouden hebben. * Onderwerp: De commissie bespreekt de regulering van straathandel (venten). Centraal staan vergunningsaanvragen en de financiële verplichtingen van handelaren bij ziekte.
* Kernpunten:
1. Geval J.H.M. Knol: Een aanvraag voor een vergunning, ingediend via de sociale dienst (Maatschappelijke Steun), wordt afgewezen omdat de betrokkene er zelf geen belangstelling voor toont.
2. Vrijstelling ventgeld: B&W hebben ingestemd met een stopzetting van de betalingsplicht voor handelaren die in een instelling (ziekenhuis/sanatorium) verblijven. De vergunning moet dan tijdelijk worden ingeleverd bij de 'Dienst van het Marktwezen'.
3. Thuiszieken: Er is discussie over het uitbreiden van deze regeling naar mensen die thuis ziek zijn. De wethouder wijst dit af uit vrees voor fraude en gebrekkige controlemogelijkheden.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands met sporen van de oude spelling (bijv. 'afwyzing', 'vrystelling', 'moeilykheden'). Dit document stamt uit 1935, een periode waarin Nederland gebukt ging onder de Grote Depressie. Voor veel werklozen was venten (de ambulante handel langs de deuren) een bittere noodzaak om te overleven. De overheid probeerde dit echter streng te reguleren om de vaste winkeliers te beschermen en de openbare orde te handhaven.
De betrokkenheid van de "Wethouder voor Maatschappelyken Steun" onderstreept dat ventvergunningen vaak werden ingezet als onderdeel van het armoedebeleid; het verlenen van een vergunning kon iemand uit de steun houden. De genoemde namen, zoals Presser (waarschijnlijk de historicus Jacques Presser, die in die tijd actief was in de Amsterdamse politiek/onderwijs) en de term "Dienst van het Marktwezen", wijzen vrijwel zeker op de gemeente Amsterdam. De discussie over "controle-moeilykheden" bij thuiszieken illustreert de argwaan van de overheid tegenover mogelijke fraude met sociale voorzieningen en leges in die tijd.