Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 16 januari 1941. M. J. van der Hoek. Nº 22 / 1 / 1 M.1941 17
Amsterdam 16 Januari 1941
Hoog geachte Heeren, M.I. Insp
Daar de tijds omstandigheden van dien aard
zijn, dat ik geen kans zie, om mijn brood op
de Bloemenmarkt (standplaats Singel t/o
Esbeno) te verdienen, zoo ben ik zoo vrij U te
verzoeken, mij 6 maanden vrij te geven van
bezetting dezer plaats. Mijn geldelijke
verplichtingen zal ik natuurlijk nakomen.
In de hoop dat na afloop dezer 6 maanden de
toestand dusdanig zal zijn, dat ik wederom
mijn standplaats zal mogen bezetten en dat
U gunstig over dit verzoek zult willen
beschikken. Teeken ik met
verschuldigde gevoelens
M J v d Hoek
Nwe Looierstraat 21 II
A’dam
P.S Tevens deel ik U
mede dat mijn woning veranderd
is van Nwe Looierstr 58 naar no 21 II
en dat ik mijn marktgeld aan den
Marktmeester zal voldoen
M J. * Inhoud: De schrijver, M.J. van der Hoek, verzoekt de marktinspectie om een geautoriseerde afwezigheid van zes maanden voor zijn standplaats op de Amsterdamse Bloemenmarkt aan het Singel (gelegen tegenover de zaak 'Esbeno'). Hij voert "tijdsomstandigheden" aan als reden voor het feit dat hij er momenteel geen inkomen kan genereren. Hij benadrukt dat hij de verschuldigde standplaatsgelden (marktgeld) zal blijven betalen om zijn rechten op de plek te behouden.
* Schrijfstijl: De brief is geschreven in een formeel, beleefd Nederlands dat gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd ("zoo ben ik zoo vrij U te verzoeken", "verschuldigde gevoelens").
* Handschrift: Een duidelijk, geoefend handschrift in cursiief, kenmerkend voor het onderwijs van de vroege 20e eeuw.
* Administratieve context: De codes bovenaan en het rode nummer '22' rechtsonder wijzen op opname in een officieel archiefsysteem van de gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de afdeling Marktwezen). Dit document stamt uit januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De term "tijdsomstandigheden" is veelzeggend; hoewel het een algemene term kan zijn voor de economische malaise en schaarste door de oorlog, kan het in de Amsterdamse context van 1941 ook wijzen op de toenemende restricties en onzekerheid.
Slechts één maand na deze brief zou de Februari-staking uitbreken als protest tegen de Jodenvervolging. De Bloemenmarkt aan het Singel was (en is) een centrale plek in de stad. Voor marktkraamhouders was het behouden van hun vergunning cruciaal voor hun toekomstige broodwinning, vandaar de expliciete belofte om het marktgeld te blijven voldoen ondanks de tijdelijke sluiting van de kraam. De verhuizing van de schrijver binnen de Nieuwe Looierstraat wijst op een wijziging in de persoonlijke leefomstandigheden in een turbulente periode. M.I. Insp Gemeente Amsterdam Marktwezen