Ambtelijke notitie/brief.
Origineel
Ambtelijke notitie/brief. 7 januari 1941. Onbekende ambtenaar (ondertekening lijkt op C.J. Verschueren). De Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam ("Alhier"). Adres op No 25/3/11/40
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van J. Wijnschenk,
pl. 131 AC, betreffende verandering van assistentie,
bericht ik U, dat tegen inwilliging van het verzoek
mij geen bezwaar bestaat.
Voorzoover dezerzijds is na te gaan betreft het hier
een gewoon bijstandsgeval.
Amst. 7 Jan '41.
[Handtekening] Het document is een kort ambtelijk schrijven waarin geadviseerd wordt over een verzoek van een marktkoopman genaamd J. Wijnschenk. Wijnschenk, die een staanplaats heeft (aangeduid als "pl. 131 AC", waarbij AC zeer waarschijnlijk staat voor de Albert Cuypmarkt in Amsterdam), heeft verzocht om een wijziging in zijn assistentie. Dit houdt in dat hij een andere persoon als helper bij zijn kraam wil aanstellen. De verzender van de notitie laat weten dat er vanuit hun expertise geen bezwaren zijn tegen dit verzoek en dat het een routineuze ("gewoon") zaak betreft. De datering van 7 januari 1941 plaatst dit document in de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De naam Wijnschenk is een bekende Joodse naam in Amsterdam; veel Joodse handelaren waren op dat moment nog actief op markten zoals de Albert Cuyp. Slechts enkele maanden na deze brief, in de loop van 1941, werden de maatregelen tegen Joodse marktkooplieden aangescherpt, wat leidde tot de instelling van aparte Joodse markten en uiteindelijk het volledige verbod voor Joden om handel te drijven. Wat op het eerste gezicht een triviaal administratief briefje lijkt, is daarmee een registratie van een ondernemer wiens leven en nering kort daarna door de bezettingsmaatregelen ingrijpend zouden veranderen. C.J. Verschueren J. Wijnschenk Marktwezen