Dit document betreft een ambtelijke afhandeling van een verzoek door een marktkoopman, J. Wijnschenk. Hij vraagt toestemming om zijn assistent te wijzigen: H. Kloot wordt vervangen door S. Wijnschenk (geboren in 1914, mogelijk zijn zoon). De ambtenaar (waarschijnlijk de Haan) keurt dit goed met de expliciete kanttekening dat het gaat om "assisteren" en niet om "vervangen". Dit onderscheid was juridisch van belang voor het behoud van de standplaatsvergunning. De administratieve verwerking vindt plaats tussen 4 januari 1941 (datum van doorzending) en 18 januari 1941 (datum van de laatste rode aantekening). Er wordt verwezen naar een rapport van de "Chef Marktafz." (Marktafdeling of Marktafzegging).
Het document dateert uit januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De namen Wijnschenk en Kloot wijzen zeer waarschijnlijk op personen van Joodse afkomst, die in groten getale op de Albert Cuypmarkt werkzaam waren. Deze periode is historisch saillant: slechts een maand later, in februari 1941, zouden de spanningen in Amsterdam escaleren tot de Februaristaking na de eerste grote razzia's. De bureaucratische controle op Joodse marktkooplieden werd in deze periode steeds strenger. Dergelijke documenten uit de archieven van de Amsterdamse Marktdienst bieden inzicht in de wijze waarop het economische leven van Joodse burgers tot in het kleinste detail werd geregistreerd en gecontroleerd voordat de grootschalige uitsluiting en deportaties begonnen.