Getypte brief (doorslag of archiefkopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag of archiefkopie) met handgeschreven kanttekeningen. 14 februari 1941. "De Directeur" (onbekende instantie, mogelijk een gemeentelijke dienst, gelet op kenmerk "HG." en "Wijk 20."). I. Bloemist, 3e Oosterparkstraat 73 II, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven, bovenaan midden:] Verrader [gevolgd door:] 14/2
[Handgeschreven, rechtsboven:] In de kaart [?]
[Getypt:]
HG.
den Heer I.Bloemist,
3e Oosterparkstraat 73 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
25/20/2 M.
14 Februari 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 31 Januari jl. bericht ik U, dat aan het daarin vervatte verzoek geen gevolg kan worden gegeven.
De Directeur, De brief is een formeel en afwijzend bericht aan de heer I. Bloemist. De inhoud is kort: een verzoek van 31 januari 1941 wordt niet ingewilligd. De tekst zelf geeft geen uitsluitsel over de aard van dit verzoek.
Het meest opmerkelijke aspect van dit document is de handgeschreven kanttekening bovenaan: "Verrader". Dit suggereert dat de ontvanger, de heer Bloemist, door een latere gebruiker of archivaris van dit document (waarschijnlijk in het kader van een naoorlogse zuivering of door een verzetsgroep) is geïdentificeerd als collaborator. De aantekening "In de kaart" rechtsboven kan erop wijzen dat deze persoon was opgenomen in een kaartsysteem van verdachte personen. De datum van de brief, 14 februari 1941, is historisch zeer beladen. Het is slechts elf dagen voor het uitbreken van de Februari-staking in Amsterdam. De spanningen in de stad waren in deze weken enorm door de toenemende antisemitische provocaties van de WA (de weerafdeling van de NSB) en de eerste grote razzia’s in de Joodse buurt.
De 3e Oosterparkstraat lag midden in een buurt met veel Joodse bewoners. Dat een bewoner uit deze straat in die specifieke periode een verzoek aan een officiële instantie richtte dat later met "Verrader" werd gemarkeerd, wijst op een beladen achtergrond. Mogelijk betrof het verzoek informatieverstrekking aan de bezetter of een poging om persoonlijk gewin te behalen ten koste van anderen in de wijk. De brief is daarmee een stille getuige van de frictie en het wantrouwen binnen de Amsterdamse bevolking tijdens de vroege bezettingsjaren. I. Bloemist NSB WA