Doorslag van een officiële brief (archiefkopie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (archiefkopie). 17 juli 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). den Heer J.J. Veldman, Albert Cuypstraat 203 d I, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven linksboven]: beantwoord 17/7
[Handgeschreven rechtsboven]: M. de Baar
den Heer J.J.Veldman,
Albert Cuypstraat 203 d I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
25/32/4 H. 17 Juli 1941.
Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 7 Juli jl. verleen
ik U hierbij gedurende drie maanden na dato dezen uitstel van Uw ver-
plichting om regelmatig Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat te
bezetten.
U dient er echter voor te zorgen, dat het ook tijdens Uw afwe-
zigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienst-
doenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, De brief is een formele administratieve beslissing aangaande een marktvergunning op de Albert Cuypmarkt. De heer Veldman heeft verzocht om tijdelijke vrijstelling van de 'bezetplicht'. Volgens het marktreglement moesten vergunninghouders hun plek persoonlijk en regelmatig innemen om hun rechten op de standplaats niet te verliezen.
De directeur willigt het verzoek in voor een periode van drie maanden (tot medio oktober 1941). Er wordt echter één strikte voorwaarde gesteld: de financiële verplichting blijft onverkort van kracht. Het verschuldigde marktgeld moet wekelijks worden afgedragen aan de dienstdoende ambtenaar, ongeacht de afwezigheid van de koopman. Dit duidt op een strikte bureaucratische controle op de inkomsten van de markt en het behoud van schaarse standplaatsen. Het document is opgesteld in juli 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypmarkt was in die tijd een cruciaal onderdeel van de voedselvoorziening en de lokale economie in Amsterdam.
De datum is historisch gezien beladen: in 1941 werden de maatregelen tegen de Joodse bevolking door de bezetter steeds heviger. Joodse marktkooplieden werden in deze periode stelselmatig van de reguliere markten verdreven en mochten vanaf september 1941 alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan. Hoewel deze brief een reguliere administratieve handeling lijkt te betreffen, vonden dergelijke mutaties in het marktwezen destijds plaats tegen een achtergrond van uitsluiting en onteigening. De vermelding van "Wijk 14" en het adres in de Albert Cuypstraat zelf wijzen op de sterke verbondenheid van de koopman met de buurt (De Pijp). J.J. Veldman M. de Baar Veldman heeft (De heer) Marktwezen