M. de Baar
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Doorslag van een officiële brief (archiefkopie).
In deze brief geeft de directeur van een gemeentelijke instantie officiële toestemming aan de heer P.J. Terpstra voor een wijziging in de bezetting van zijn marktkraam op het Mosplein in Amsterdam-Noord. Terpstra had hierom verzocht via een briefkaart op 22 juni 1940. De kern van de beslissing is dat Terpstra zich mag laten bijstaan door zijn moeder, mevrouw Terpstra-Rooseman, in plaats van de eerdere assistent, de heer P.A.J. Wolke. Er wordt expliciet benadrukt dat het gaat om "bijstaan" en "niet vervangen". Dit suggereert dat de vergunninghouder (P.J. Terpstra) zelf aanwezig moet blijven op de marktplek en dat zijn moeder slechts als hulpkracht mag fungeren, niet als zelfstandig exploitant van de plek.
Doorslag van een officiële brief (archiefkopie).
De brief is een formele administratieve beslissing aangaande een marktvergunning op de Albert Cuypmarkt. De heer Veldman heeft verzocht om tijdelijke vrijstelling van de 'bezetplicht'. Volgens het marktreglement moesten vergunninghouders hun plek persoonlijk en regelmatig innemen om hun rechten op de standplaats niet te verliezen. De directeur willigt het verzoek in voor een periode van drie maanden (tot medio oktober 1941). Er wordt echter één strikte voorwaarde gesteld: de financiële verplichting blijft onverkort van kracht. Het verschuldigde marktgeld moet wekelijks worden afgedragen aan de dienstdoende ambtenaar, ongeacht de afwezigheid van de koopman. Dit duidt op een strikte bureaucratische controle op de inkomsten van de markt en het behoud van schaarse standplaatsen.
Relevante Archieffragmenten
M. de Haan.
# TRANSCRIPTIE Mr de Baer [onderstreept]
# TRANSCRIPTIE Mr. de Boer. (onderstreept)
# TRANSCRIPTIE [Onderaan het blad, gecentreerd:] Mr de Baer [Gevolgd door een zwierige onderstreping]
# TRANSCRIPTIE M^r de Gaer