Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 345
Dossier 90
Jaar 1941
Stadsarchief

Officiële brief/kennisgeving vanuit een gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de Marktwezen-afdeling van Amsterdam).

17 april 1941. Van: De Directeur (van het marktwezen).

Origineel

Officiële brief/kennisgeving vanuit een gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de Marktwezen-afdeling van Amsterdam). 17 april 1941. De Directeur (van het marktwezen). [Handgeschreven linksboven]: Verzonden

[Handgeschreven rechtsboven]: in de lener [?]

den Heer B. Italiaander,
Rapenburgerstraat 126 hs,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.

25/36/2 M. 17 April 1941.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 18 Maart jl. verleen ik
U hierbij gedurende ten hoogste zes weken na dato dezes uitstel van
Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Albert Cuyp-
straat in te nemen. U dient er echter zorg voor te dragen, dat het
ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks
bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.

De Directeur, De brief is een administratief antwoord aan de heer B. Italiaander, die een verzoek had ingediend om tijdelijk niet op de Albert Cuypmarkt te hoeven staan. De directeur willigt dit verzoek in voor een periode van maximaal zes weken, ingaande vanaf de datum van de brief.

Er wordt echter een strikte voorwaarde gesteld: ondanks zijn afwezigheid moet het verschuldigde marktgeld ("staangeld") wekelijks doorbetaald worden aan de dienstdoende marktambtenaar. Dit wijst op het feit dat marktplaatsen in Amsterdam ook in oorlogstijd een schaars en strikt gereguleerd goed waren; wie niet betaalde, verloor zijn vaste plek. Dit document is historisch zeer beladen vanwege de datum (april 1941) en de identiteit van de geadresseerde.
1. De Jodenvervolging: De naam "Italiaander" en het adres "Rapenburgerstraat" (midden in de Joodse buurt van Amsterdam) duiden er sterk op dat de geadresseerde Joods was. In april 1941 was de Duitse bezetting bijna een jaar oud en de anti-Joodse maatregelen namen hand over hand toe.
2. Marktbeperkingen: In het voorjaar van 1941 begonnen de Duitse autoriteiten met het isoleren van Joden van het openbare economische leven. Kort na het schrijven van deze brief, in de loop van 1941, werden Joodse marktkooplieden geleidelijk verbannen van de algemene markten zoals de Albert Cuyp en verplaatst naar specifieke "Jodenmarkten" (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat), voordat hen het werken geheel onmogelijk werd gemaakt.
3. Persoonlijk lot: Onderzoek in archieven zoals het Joods Monument leert dat veel bewoners van de Rapenburgerstraat, waaronder leden van de familie Italiaander, de Holocaust niet hebben overleefd. Deze brief toont een moment van bureaucratische normaliteit ("business as usual") in een periode waarin de grond onder de voeten van de Joodse Amsterdammers in rap tempo werd weggeslagen. B. Italiaander Marktwezen

Samenvatting

De brief is een administratief antwoord aan de heer B. Italiaander, die een verzoek had ingediend om tijdelijk niet op de Albert Cuypmarkt te hoeven staan. De directeur willigt dit verzoek in voor een periode van maximaal zes weken, ingaande vanaf de datum van de brief.

Er wordt echter een strikte voorwaarde gesteld: ondanks zijn afwezigheid moet het verschuldigde marktgeld ("staangeld") wekelijks doorbetaald worden aan de dienstdoende marktambtenaar. Dit wijst op het feit dat marktplaatsen in Amsterdam ook in oorlogstijd een schaars en strikt gereguleerd goed waren; wie niet betaalde, verloor zijn vaste plek.

Historische Context

Dit document is historisch zeer beladen vanwege de datum (april 1941) en de identiteit van de geadresseerde.
1. De Jodenvervolging: De naam "Italiaander" en het adres "Rapenburgerstraat" (midden in de Joodse buurt van Amsterdam) duiden er sterk op dat de geadresseerde Joods was. In april 1941 was de Duitse bezetting bijna een jaar oud en de anti-Joodse maatregelen namen hand over hand toe.
2. Marktbeperkingen: In het voorjaar van 1941 begonnen de Duitse autoriteiten met het isoleren van Joden van het openbare economische leven. Kort na het schrijven van deze brief, in de loop van 1941, werden Joodse marktkooplieden geleidelijk verbannen van de algemene markten zoals de Albert Cuyp en verplaatst naar specifieke "Jodenmarkten" (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat), voordat hen het werken geheel onmogelijk werd gemaakt.
3. Persoonlijk lot: Onderzoek in archieven zoals het Joods Monument leert dat veel bewoners van de Rapenburgerstraat, waaronder leden van de familie Italiaander, de Holocaust niet hebben overleefd. Deze brief toont een moment van bureaucratische normaliteit ("business as usual") in een periode waarin de grond onder de voeten van de Joodse Amsterdammers in rap tempo werd weggeslagen.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt Gaaspstraat (Joodse Markt) Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen