Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 26 maart 1941. B. Agteribbe-Moses, Vrolikstraat 37 II, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. (Tekst tussen vierkante haken [ ] duidt op reconstructie van door brand verloren gegane woorden)
[Links boven, in potlood:]
Vraag brief terug
[Rechts boven, in rood potlood:]
een beetje meer zorg voor de stukken lijkt mij wel gewenst
HB [initialen] 10/4
[Hoofdtekst:]
A’dam 26 Maart 1941.
Aan Den Directeur
van het Marktwezen.
[Stempel: M. 1941 31/3 met dossiernummers 37/28/1 en 25/50/1]
[Hiermede] stuur ik U.Ed.
[een] attest van den dokter
van het Wilhelmina gasthuis,
met het verzoek, of den Heer
A. de Vries, zoo lang de plaats
van mijn man G. Agteribbe
mag bezetten, tijdens zijn
ziekzijn.
Een gunstig antwoord
tegemoet ziende
verblijf ik
Hoogachtend
B. Agteribbe-Moses.
Vrolikstraat 37 II
A’dam De brief is een formeel verzoek van Betsy Agteribbe-Moses aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. Haar man, Gerrit Agteribbe, die werkzaam was als marktkoopman, was op dat moment opgenomen in het Wilhelmina Gasthuis. Mevrouw Agteribbe verzoekt om een tijdelijke vervanger (de heer A. de Vries) aan te stellen zodat de standplaats op de markt behouden blijft tijdens de ziekte van haar man.
Opvallend is de sarcastische opmerking in rood potlood rechtsboven: "een beetje meer zorg voor de stukken lijkt mij wel gewenst". Dit is waarschijnlijk een interne berisping van een ambtelijk superieur aan een ondergeschikte over de slordige (verbrande) staat waarin het document in het dossier is beland. Dit document dateert uit het eerste jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De familie Agteribbe was een Joods gezin dat woonachtig was in de Vrolikstraat, een straat in Amsterdam-Oost met in die tijd veel Joodse bewoners.
De historische context geeft dit ogenschijnlijk alledaagse administratieve document een tragische lading. Gerrit Agteribbe (1893) en Betsy Agteribbe-Moses (1894) werden later in de oorlog gedeporteerd. Beiden zijn in 1942 vermoord in Auschwitz. De brief illustreert de pogingen van Joodse Amsterdammers om onder steeds moeilijkere omstandigheden hun dagelijks leven en inkomen (via de markt) voort te zetten, terwijl de mazen van het net zich langzaam sloten. De brandplek op het papier zou kunnen wijzen op schade opgelopen tijdens de oorlog of bij de ontruiming van archieven. A. de Vries Agteribbe verzoekt (Mevrouw) B. Agteribbe G. Agteribbe Marktwezen