Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 31 maart 1941. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst). Mevr. B. Agsteribbe-Mozes, Vrolikstraat 347 I, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven in blauwe inkt:] Extra [Getypt:] HG.
Mw.B.Agsteribbe-Mozes,
Vrolikstraat 347 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
37/28/2 M. 31 Maart 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 26 Maart jl. verzoek
ik U zich te willen vervoegen bij den bedrijfschef van mijn dienst,
den Heer J.Broerse, die kantoorhoudt in de Centrale Hal, No.H.69,
des voormiddags tusschen 9 en 10 uur.
De Directeur, Het document is een zakelijke, formele oproep aan mevrouw Agsteribbe-Mozes. Het betreft een reactie op een eerdere brief van haar kant (26 maart 1941). De toon is strikt administratief. Zij wordt verzocht zich persoonlijk te melden bij een zekere heer J. Broerse, die werkzaam is in de "Centrale Hal" (vermoedelijk de Centrale Markthallen in Amsterdam) op stand of kantoor nummer H.69.
Het papier lijkt een doorslag te zijn, wat gebruikelijk was voor het archiveren van verzonden correspondentie. De vermelding "Wijk 20" en het specifieke adres in de Vrolikstraat duiden op een nauwkeurige gemeentelijke administratie. De handgeschreven notitie "Extra" suggereert dat deze brief of dit dossier een speciale status had binnen de administratieve verwerking. De datum van de brief, 31 maart 1941, plaatst het document in het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam drastisch werden opgevoerd, kort na de Februaristaking.
Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Belga Agsteribbe-Mozes (geboren in 1904) inderdaad op het adres Vrolikstraat 347-I woonde. Zij was van Joodse afkomst. Veel Joodse Amsterdammers die werkzaam waren in de handel of op de markten, kregen in deze periode te maken met beperkende maatregelen en moesten zich verantwoorden bij diverse instanties. De "Centrale Hal" kan verwijzen naar de Centrale Markthallen, waar veel Joodse handelaren werkten.
Deze brief is een voorbeeld van de bureaucratische processen die voorafgingen aan de grootschalige vervolging. Belga Agsteribbe-Mozes is uiteindelijk in 1943 in Sobibor vermoord. Dergelijke documenten in archieven vormen de 'papieren sporen' van de individuen die door de bezetter en de meewerkende administratie werden geregistreerd en gecontroleerd. B. Agsteribbe J. Broerse