De brief is een officiële beschikking waarin de heer A. Agsteribbe toestemming krijgt om zijn staanplaats op de Albert Cuypmarkt tijdelijk (maximaal drie maanden) over te dragen aan een vervanger, A. de Vries. De aanvraag hiervoor was op 26 maart 1941 ingediend. De handgeschreven notitie "Verzonden 15/4" dient als administratieve bevestiging van verzending. De namen in de kantlijn ("M. de Leer", "HG.") verwijzen waarschijnlijk naar de behandelend ambtenaren of de betreffende administratieve afdeling.
Dit document dateert uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De naam Agsteribbe is een bekende Joodse familienaam in Amsterdam; Abraham Agsteribbe was een Joodse vishandelaar/marktkoopman. De context van deze brief is wrang: in 1941 werden de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam in rap tempo aangescherpt. Vanaf het najaar van 1941 werden Joodse marktkooplieden volledig geweerd van de reguliere markten (zoals de Albert Cuyp) en gedwongen zich te verplaatsen naar speciale "Joodse markten". Hoewel deze brief in april 1941 nog een normale administratieve handeling lijkt, vond deze plaats in een periode waarin Joodse Amsterdammers systematisch uit het openbare en economische leven werden verstoten. Abraham Agsteribbe werd later gedeporteerd en is in september 1942 in Auschwitz vermoord. De brief is daarmee een administratief overblijfsel van een leven dat kort daarna door de Holocaust werd verwoest.