Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 26 juni 1941. J. Pront, wonende aan de Ben Viljoenstraat 14 II, Amsterdam. Waarschijnlijk de Marktinspectie van de gemeente Amsterdam (gezien de kanttekening "M.i. Insp."). Nº 25/73 / M. 1941 27/6
Amsterdam 26 Juni 1941.
Geachte Heer M.i. Insp.
Ondergetekende vraagt U beleefd
om drie maanden verlof om
zijn staanplaats in de Albert Cuypstr.
in te nemen.
Hij is wekelijks bereid om zijn
marktgeld te betalen.
De rede hiervan is, dat er weinig
gerookte vis is om te verkopen
op mijn plaats.
Daar mijn vrouw enige maanden
geleden overleden is en ik vijf
kleine kinderen heb, is het mij ook
onmogelijk geregeld op de markt
te komen.
Hopende, dat U mijn verzoek
zult inwilligen
Bij voorbaat mijn dank
Kaart No 149 J. Pront. 25
Ben Viljoenstraat 14 II * Inhoud: De schrijver, J. Pront, verzoekt om een verlof van drie maanden voor zijn marktplaats op de Albert Cuypmarkt. Hij geeft aan dat hij bereid is het marktgeld door te betalen om zijn rechten op de plek te behouden.
* Redenen: Hij voert twee hoofdredenen aan voor zijn verzoek:
1. Schaarste: Er is onvoldoende aanbod van gerookte vis (zijn handelswaar) om de kraam rendabel te exploiteren.
2. Persoonlijke omstandigheden: Hij is weduwnaar geworden en moet zorg dragen voor vijf kleine kinderen, waardoor hij de markt niet regelmatig kan bezoeken.
* Stijl: De brief is geschreven in een beleefde, formele toon ("Ondergetekende vraagt U beleefd", "Hopende dat U mijn verzoek zult inwilligen").
* Opmerkelijk: De zinsnede "verlof om zijn staanplaats [...] in te nemen" is taalkundig paradoxaal; vermoedelijk wordt bedoeld: verlof (dispensatie) van de verplichting om de staanplaats daadwerkelijk in te nemen/te bezetten, terwijl de vergunning behouden blijft. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (juni 1941). De schaarste aan goederen, waaronder vis, was in deze tijd een groeiend probleem door de oorlogsomstandigheden en distributiemaatregelen. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine zelfstandigen in oorlogstijd, waarbij persoonlijke tragedies (het overlijden van een partner) gecombineerd werden met economische malaise. De vermelding "Kaart No 149" verwijst naar zijn officiële registratie als marktkoopman. J. Pront Gemeente Amsterdam