Handgeschreven ambtelijke kennisgeving / briefkaart.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke kennisgeving / briefkaart. 10 februari 1941. A'dam, 10/2 1941
Naar aanleiding van Uw
brief van 1 Februari jl.
bericht ik U, dat aan
het daarin vervatte
verzoek niet kan
worden voldaan.
De U verleende plaats
op de markt Lindengracht
is m.i.v. 3 Februari jl.
wegens een schuld
van f. 6,30 ingetrokken.
D.D.
[Rode markering:] 28/1/4 M
[Handgeschreven onderaan:] 10/2/41 AB * Kernboodschap: De afzender deelt aan de ontvanger mede dat een verzoek (gedaan op 1 februari) is afgewezen. Daarnaast wordt bevestigd dat de standplaats van de ontvanger op de markt aan de Lindengracht per 3 februari 1941 is ingetrokken vanwege een openstaande schuld van 6,30 gulden.
* Terminologie:
* jl.: afkorting voor "jongstleden" (de afgelopen maand/datum).
* m.i.v.: afkorting voor "met ingang van".
* f. 6,30: het bedrag in guldens (Florijn).
* Administratieve context: De rode markering "28/1/4 M" lijkt een dossiernummer of een verwijzing naar de afdeling Marktwezen ("M") te zijn. De schrijfstijl is zakelijk, kort en beslist, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit die tijd. De intrekking van een standplaats voor een relatief klein bedrag (6,30 gulden was toen wel meer waard dan nu, maar nog steeds een beperkt bedrag) wijst op een streng handhavingsbeleid. Dit document stamt uit februari 1941, een cruciale en grimmige periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.
* De Lindengracht: De markt op de Lindengracht in de Jordaan was (en is) een van de bekendste markten van de stad. In oorlogstijd waren deze markten essentieel voor de voedselvoorziening, maar ze stonden ook onder streng toezicht van de bezetter en de gelijkgeschakelde gemeentelijke instanties.
* Historisch tijdvak: De brief is gedateerd op 10 februari 1941. Dit is slechts twee weken vóór de Februaristaking (25-26 februari 1941), het massale protest tegen de Jodenvervolging dat in Amsterdam begon. Hoewel dit document over een schijnbaar banale schuldkwestie gaat, illustreert het de bureaucratische realiteit waarin burgers hun bron van inkomsten konden verliezen door administratieve besluiten, midden in een tijd van toenemende schaarste en politieke spanning.
* Economie: Een bedrag van f. 6,30 in 1941 zou vandaag de dag een koopkrachtwaarde hebben van ongeveer 45 à 50 euro. Voor een kleine handelaar kon het verlies van een standplaats wegens zo'n schuld een zware slag betekenen voor het levensonderhoud. Gemeente Amsterdam Marktwezen