Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 30
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift/bezwaarschrift).

5 mei 1941. Dossier: 28/29/1

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift/bezwaarschrift). 5 mei 1941. [Stempel linksboven: Nº 28/29/1] [Stempel rechtsboven: M. 1941 6/5]
Amsterdam 5 Mei 1941

Mijnheer Directeur.

Zaterdag 3 Mei 41 ontving ik van u een dwangbevel tot betaling van mijn achterstallige marktgeld. Ik wil u zeggen dat ik niet in staat ben er aan te voldoen. Maatschappelijk Hulpbetoon kan u opbellen want ik heb steun aangevraagd maar nog niets van vernomen. Heer Directeur kan u de plaats niet zoolang openhouden tot dat ik weer wat kan verdienen met de lompenkar? Mijn ventvergunning moet betaald worden, mijn achterstallig marktgeld en de bijzondere vergunning voor afvalstoffen moet ik ook nog betalen. Ik weet er eerlijk niet aan te komen. Mijne vrouw verdient ƒ 8. en mijn dochter ook 8. Dit is dus samen ƒ 16. Daar moet het meisje toch ook wat van hebben. U begrijpt Heer Directeur dat ik in de panarie zit. Meer behoef ik u niet te schrijven. Ik [doorgehaald] hoop dat u mijn plaats voor mij open houd. Wat kan ik er tenslotte nu aan doen dat het

[Rechtsonder geschreven: 28] De schrijver van deze brief verkeert in grote financiële nood. Hij richt zich tot de directeur van (waarschijnlijk) de Amsterdamse Marktdienst naar aanleiding van een dwangbevel voor onbetaalde marktgelden. De brief schetst een schrijnend beeld van armoede:

  • Schuldenlast: De schrijver moet niet alleen achterstallig marktgeld betalen, maar ook een ventvergunning en een bijzondere vergunning voor afvalstoffen.
  • Beroep: De afzender is een handelaar met een "lompenkar" (voddenman). Hij vraagt om zijn standplaats te behouden totdat hij weer inkomsten heeft.
  • Gezinsinkomen: Het totale gezinsinkomen bedraagt slechts 16 gulden per week (verdiend door zijn vrouw en dochter). Hij merkt op dat de dochter ("het meisje") ook een deel van haar eigen verdiensten moet kunnen behouden.
  • Hulpverlening: Hij heeft steun aangevraagd bij het "Maatschappelijk Hulpbetoon", maar heeft daar nog geen reactie op ontvangen.
  • Terminologie: De schrijver gebruikt het woord "panarie" (bedoeld wordt 'penarie'), wat de volkse en informele, doch beleefde toon van de brief benadrukt. De brief is gedateerd op 5 mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog niet expliciet wordt genoemd, is de economische malaise die door de bezetting werd verergerd, voelbaar. Voor kleine zelfstandigen, zoals de bezitter van een lompenkar, was het leven in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren uiterst moeizaam door schaarste en strenge regelgeving.

De stempel "M. 1941 6/5" geeft aan dat de brief de volgende dag (6 mei) door de betreffende instantie is ontvangen of verwerkt. Het document is een typisch voorbeeld van de correspondentie tussen verarmde burgers en de gemeentelijke bureaucratie in de jaren veertig, waarin de wanhoop van het individu botst met de onverbiddelijkheid van administratieve heffingen.

Samenvatting

De schrijver van deze brief verkeert in grote financiële nood. Hij richt zich tot de directeur van (waarschijnlijk) de Amsterdamse Marktdienst naar aanleiding van een dwangbevel voor onbetaalde marktgelden. De brief schetst een schrijnend beeld van armoede:

  • Schuldenlast: De schrijver moet niet alleen achterstallig marktgeld betalen, maar ook een ventvergunning en een bijzondere vergunning voor afvalstoffen.
  • Beroep: De afzender is een handelaar met een "lompenkar" (voddenman). Hij vraagt om zijn standplaats te behouden totdat hij weer inkomsten heeft.
  • Gezinsinkomen: Het totale gezinsinkomen bedraagt slechts 16 gulden per week (verdiend door zijn vrouw en dochter). Hij merkt op dat de dochter ("het meisje") ook een deel van haar eigen verdiensten moet kunnen behouden.
  • Hulpverlening: Hij heeft steun aangevraagd bij het "Maatschappelijk Hulpbetoon", maar heeft daar nog geen reactie op ontvangen.
  • Terminologie: De schrijver gebruikt het woord "panarie" (bedoeld wordt 'penarie'), wat de volkse en informele, doch beleefde toon van de brief benadrukt.

Historische Context

De brief is gedateerd op 5 mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog niet expliciet wordt genoemd, is de economische malaise die door de bezetting werd verergerd, voelbaar. Voor kleine zelfstandigen, zoals de bezitter van een lompenkar, was het leven in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren uiterst moeizaam door schaarste en strenge regelgeving.

De stempel "M. 1941 6/5" geeft aan dat de brief de volgende dag (6 mei) door de betreffende instantie is ontvangen of verwerkt. Het document is een typisch voorbeeld van de correspondentie tussen verarmde burgers en de gemeentelijke bureaucratie in de jaren veertig, waarin de wanhoop van het individu botst met de onverbiddelijkheid van administratieve heffingen.

Locaties

Amsterdam.

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Huishoudelijk: Pan Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Tweedehands/Lompen: Lompen Tweedehands/Lompen: Tweedehands Tweedehands/Lompen: Vodden Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 2