Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 91
Dossier 27
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief.

10 september 1941 (genoteerd als 10/9 ,41). Van: P. Levie v. Sarlui, wonende aan de Westerstraat 130 II te Amsterdam. Aan: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Dossier: 20/45/1

Origineel

Handgeschreven brief. 10 september 1941 (genoteerd als 10/9 ,41). P. Levie v. Sarlui, wonende aan de Westerstraat 130 II te Amsterdam. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Amsterdam 10/9 ,41

Geachte Mijnheer de Directeur

Gaarne zou ik van U uitstel
willen hebben voor het bezoeken
van mijn plaats op de Markt
lindengracht voor de weeksche
dagen aangezien mijn handel
in textielwaren niet toereikend
is om de markt iederen dag
te bezoeken wel op zaterdag

Hopende s.v.p dat U daar
nota van zult nemen.
U bij voorbaat dankzeggend
verblijf met de meeste
Hoogachting
P. Levie v Sarlui
Westerstraat 130 II
A dam.

No der plaats
is 83.

[Stempel onderaan:] Nº 20/45/1 M.1941 16/9 In deze brief verzoekt P. Levie v. Sarlui om ontheffing van de plicht om dagelijks aanwezig te zijn op zijn marktplaats (nummer 83) aan de Lindengracht in Amsterdam. De schrijver geeft aan dat de inkomsten uit de handel in textielwaren op doordeweekse dagen onvoldoende zijn om dagelijkse aanwezigheid te rechtvaardigen. Er wordt expliciet gevraagd om de zaterdag — van oudsher de belangrijkste marktdag in de Jordaan — te mogen behouden; dit verzoek wordt versterkt door de onderstreping van de woorden "wel" en "zaterdag".

De brief is opgesteld in een beleefde, zakelijke toon die gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. De afzender woonde aan de Westerstraat, op loopafstand van de Lindengrachtmarkt. De datum van de brief, 10 september 1941, is historisch zeer significant. De namen 'Levie' en 'Sarlui' zijn typisch Joods-Amsterdamse namen. De brief is geschreven in een periode waarin de Duitse bezetter de vrijheden van Joodse burgers stelselmatig inperkte.

Slechts vijf dagen na de datering van deze brief, op 15 september 1941, werd de verordening van kracht die het Joden verbood om deel te nemen aan openbare markten. Het stempel onderaan de brief toont de datum 16 september 1941, de dag waarop de brief bij de administratie werd verwerkt. Dit betekent dat op het moment van verwerking het verzoek van de heer Levie v. Sarlui door de nieuwe antisemitische regelgeving waarschijnlijk al direct was ingehaald: Joodse handelaren mochten vanaf die week enkel nog op speciaal aangewezen 'Joodse markten' staan en werden verbannen van reguliere markten zoals de Lindengracht. De economische malaise ("niet toereikend") waar de schrijver over rept, was vermoedelijk al een direct gevolg van de uitsluiting en bemoeilijking van de Joodse handel onder de bezetting. P. Levie Marktwezen

Samenvatting

In deze brief verzoekt P. Levie v. Sarlui om ontheffing van de plicht om dagelijks aanwezig te zijn op zijn marktplaats (nummer 83) aan de Lindengracht in Amsterdam. De schrijver geeft aan dat de inkomsten uit de handel in textielwaren op doordeweekse dagen onvoldoende zijn om dagelijkse aanwezigheid te rechtvaardigen. Er wordt expliciet gevraagd om de zaterdag — van oudsher de belangrijkste marktdag in de Jordaan — te mogen behouden; dit verzoek wordt versterkt door de onderstreping van de woorden "wel" en "zaterdag".

De brief is opgesteld in een beleefde, zakelijke toon die gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. De afzender woonde aan de Westerstraat, op loopafstand van de Lindengrachtmarkt.

Historische Context

De datum van de brief, 10 september 1941, is historisch zeer significant. De namen 'Levie' en 'Sarlui' zijn typisch Joods-Amsterdamse namen. De brief is geschreven in een periode waarin de Duitse bezetter de vrijheden van Joodse burgers stelselmatig inperkte.

Slechts vijf dagen na de datering van deze brief, op 15 september 1941, werd de verordening van kracht die het Joden verbood om deel te nemen aan openbare markten. Het stempel onderaan de brief toont de datum 16 september 1941, de dag waarop de brief bij de administratie werd verwerkt. Dit betekent dat op het moment van verwerking het verzoek van de heer Levie v. Sarlui door de nieuwe antisemitische regelgeving waarschijnlijk al direct was ingehaald: Joodse handelaren mochten vanaf die week enkel nog op speciaal aangewezen 'Joodse markten' staan en werden verbannen van reguliere markten zoals de Lindengracht. De economische malaise ("niet toereikend") waar de schrijver over rept, was vermoedelijk al een direct gevolg van de uitsluiting en bemoeilijking van de Joodse handel onder de bezetting.

Genoemde Personen 1

Locaties

Lindengracht Westerstraat

Producten

Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 2