Getypte brief met handgeschreven handtekening en archiefaantekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven handtekening en archiefaantekeningen. 11 juli 1941. Wed. R. Coppenhagen-Okker, Van Woustraat 126-3, Amsterdam Z. Nº 29/5/1 M.1941 12/7 [stempel] Amsterdam 11 Juli 1941
Centr. Markthallen
J.v.Galenstraat 14
Alhier.
-.-.-.-.-.-.-.-.-.-
Mijne Heren,
Hierbij deel ik U mede, dat ik met ingang
van 11 Juli mijn plaats op de NIEUWMARKT te Amsterdam
opzeg, daar ik ga trouwen.
Mijn hartelijke dank voor al de jaren, dat U mij
deze plaats heeft gegeven.
Hoogachtend
R. Coppenhagen Okker [handtekening]
Wed.R.Coppenhagen-Okker
v.Woustraat 126'
Amsterdam Z. In deze zakelijke brief kondigt een marktkoopvrouw, de weduwe R. Coppenhagen-Okker, het beëindigen van haar standplaats op de Nieuwmarkt in Amsterdam aan. De toon van de brief is beleefd en formeel, inclusief een dankwoord voor de jaren dat zij daar mocht staan.
De administratieve kenmerken bovenin de brief tonen de verwerking door de gemeente (Centrale Markthallen). De datumstempel 12/7 geeft aan dat de brief de dag na verzending is binnengekomen of verwerkt. De reden voor opzegging is persoonlijk: zij gaat trouwen. Gezien de naam en de woonplaats is de kans groot dat de afzender van Joodse afkomst was. De brief is geschreven op 11 juli 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit is een cruciale periode voor de Joodse bevolking van Amsterdam. De Nieuwmarkt lag in het hart van de Jodenbuurt. In de loop van 1941 werden de maatregelen tegen Joodse marktkooplieden steeds strenger; vanaf begin 1941 werden zij steeds vaker van reguliere markten verbannen of beperkt tot specifieke "Joodse markten".
De afzender, Rebecca Coppenhagen-Okker (geboren in 1897), woonde inderdaad op de Van Woustraat 126-III. Zij was de weduwe van Philip Coppenhagen. Hoewel zij in deze brief aangeeft te stoppen "omdat zij gaat trouwen" (zij hertrouwde inderdaad in juli 1941 met Barend de Vries), moet deze opzegging ook gezien worden in het licht van de toenemende uitsluiting van Joden uit het economische leven. Veel Joodse Amsterdammers die in deze periode hun bedrijf of marktplaats opgaven, werden niet lang daarna gedeporteerd. Uit archiefstukken (zoals het Joods Monument) blijkt dat Rebecca de Vries-Okker en haar nieuwe echtgenoot de Holocaust niet hebben overleefd; zij werden in 1942 in Auschwitz vermoord. Dit document is daarmee een tragisch getuigenis van een burger die probeert haar leven voort te zetten terwijl de mazen van het net zich sluiten. R. Coppenhagen