Ambtelijk rapport/proces-verbaal.
Origineel
Ambtelijk rapport/proces-verbaal. 30 september 1941 (met kanttekening van 6 oktober 1941). [Stempel linksboven:] Nº 29/10/1
[Stempel midden boven:] M. 1941 10/10
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen alhier.
Rapport.
De laatste dagen verzamelen zich op de
Nieuwmarkt personen, die zich tusschen de
kramen der vaste plaatshouders ophouden en
het publiek lappen stof te koop aanbieden.
Hiertegen is door mij reeds eenige keren opgetreden,
doch zonder resultaat. De politie is door mij hierover
ook in kennis gesteld, maar schijnen hiertegen niet
op te treden. Vrijdag 26 September j.l. zaten er
verschillende personen op een leege stal, waarvoor
een persoon een lap stof vermoedelijk te koop aanbood.
Op mijn vraag wie de eigenaar van genoemde
stof was, meldde zich niemand. Ik nam hierop
de stof in beslag en heb deze gedeponeerd bij de
politie Lastageweg. Later meldde zich een
persoon bij mij genaamd Hartog Locker,
geb: 21 Dec: 1909 won: Krugerstr: 133 III en gaf zich
op eigenaar van de stof te zijn, wat mij juist bleek
te zijn. Genoemd persoon is door mij geverbali-
seerd.
Amsterdam 30 September 1941
[Handtekening:] T. Uitvlugt.
[Marginalia links onderaan, schuin geschreven:]
Gezien 6-10-’41
[Onleesbare paraaf]
Aan Uitvlugt opge-
dragen contrôle streng
uit te voeren en geregeld
bij overtreding proces-verbaal
op te maken.
[Handtekening/Paraaf] In dit rapport doet een ambtenaar van het Amsterdamse Marktwezen (T. Uitvlugt) verslag van illegale straathandel op de Nieuwmarkt. Het betreft personen die buiten de officiële kramen om "lappen stof" aanbieden aan het publiek.
De rapporteur merkt op dat eerdere waarschuwingen en de inschakeling van de politie weinig effect sorteerden. Op 26 september 1941 confisqueerde hij een lap stof waarvan niemand de eigendom opeiste. Later meldde Hartog Locker zich als eigenaar. Locker woonde in de Krugerstraat 133-III, in de Transvaalbuurt. De ambtenaar heeft tegen hem een proces-verbaal opgemaakt. De handgeschreven notitie in de marge (gedateerd 6 oktober 1941) onderstreept de noodzaak van een strengere controle op deze illegale handel. Dit document stamt uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De context is drieledig:
- Schaarste en distributie: In 1941 was er door de oorlog reeds grote schaarste aan textiel. Stoffen waren op de bon (distributiestelsel). De verkoop van stoffen "tussen de kramen" duidt op klandestiene handel (zwarte markt), wat door de autoriteiten streng werd vervolgd om de controle over de distributie te behouden.
- Toezicht op de markten: De marktmeesters en inspecteurs van het Marktwezen kregen onder het bezettingsbestuur steeds meer de rol van handhavers van economische restricties.
- Vervolging: De genoemde Hartog Locker (geboren in 1909) woonde in de Krugerstraat, een straat in de Transvaalbuurt waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden. Gezien de naam, de locatie en de datum (na de invoering van de eerste zware anti-Joodse maatregelen in 1941), is het zeer waarschijnlijk dat de overtreder een Joodse burger was. Voor Joden waren de straffen voor economische vergrijpen zoals "zwarthandel" vaak vele malen zwaarder dan voor niet-Joodse Nederlanders en leidde dit vaker tot deportatie naar werkkampen of concentratiekampen. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Hartog Locker de oorlog niet heeft overleefd; hij werd op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz. T. Uitvlugt Marktwezen Politie