Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 194
Dossier 29
Jaar 1941
Stadsarchief

Afschrift van een officieel verzoekschrift en bijbehorende adviezen.

9 januari 1941.

Origineel

Afschrift van een officieel verzoekschrift en bijbehorende adviezen. 9 januari 1941. No.30/9/1 M.1941 17/2 AFSCHRIFT.
Ind.11/1 1941 No.70 Bel.Pr.

Amsterdam, 9 Januari 1941.

Aan Heeren Burgemeester en
Wethouders der Gemeente
Amsterdam.

Aan ondergeteekende, Ph.Boas, wonende Valkenburgerstraat 12, alhier, werd onder No.1459 d.d. 26 Juli 1940 vergunning verleend om met automobiel- en motorbanden te mogen uitstallen op den openbaren weg het Waterlooplein voor perceel 30.
Daar hij thans niet meer met automobiel- en motorbanden aldaar uitstalt, verzoekt hij deze vergunning zoodanig te willen wijzigen, dat de vergunning voortaan komt te gelden voor het uitstallen van tweede hands meubelen en hiervoor zou mogen beschikken over 2 m2 openbaren Gemeentegrond.
Een gunstig antwoord tegemoet ziende verblijft hij met de meeste hoogachting.

w.g. Ph.Boas.

Geen bezwaar.
Openbare gemeentegrond, Adressant wenscht uit te stallen ter weerszijden van den ingang tot het perceel en wel 2 x 2 m. langs en 0,50 m. uit den gevel.
De Directeur P.W.
De Graaf.

Geen Bezwaar:
De Directeur van het Marktwezen:
w.g. C.F. Sixma. Het document is een getypeerd afschrift van een administratief proces binnen de gemeente Amsterdam aan het begin van 1941. De kern van het document is een verzoek van een burger, Ph. Boas, om zijn bestaande uitstalvergunning op het Waterlooplein aan te passen.

Belangrijke elementen:
1. Van autobanden naar meubels: Boas stelt dat hij niet langer handelt in automobiel- en motorbanden (een handel die wellicht bemoeilijkt werd door de schaarste tijdens de bezetting) en wil overstappen op tweedehands meubelen.
2. Ruimtebeslag: Hij vraagt om 2 m² gemeentegrond. De directeur Publieke Werken (P.W.) preciseert dit in zijn advies: het gaat om stroken aan weerszijden van de ingang van pand 30, met een diepte van slechts 50 centimeter vanaf de gevel.
3. Bureaucratische gang: Het document toont de ambtelijke molen; zowel de Directeur Publieke Werken als de Directeur van het Marktwezen moeten hun akkoord geven ("Geen bezwaar") voordat de Burgemeester en Wethouders een besluit kunnen nemen. Dit document is gedateerd op 9 januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, het Waterlooplein en de Valkenburgerstraat, vormden het hart van de Joodse buurt in Amsterdam.

De naam van de verzoeker, Ph. Boas (waarschijnlijk Philippus Boas), wijst in combinatie met de locatie zeer waarschijnlijk op een Joodse marktkoopman. In januari 1941 was de uitsluiting van Joodse burgers uit het economische leven door de bezetter al in volle gang, maar de formele bureaucratie van de gemeente Amsterdam functioneerde op dat moment nog grotendeels op de gebruikelijke wijze voor zaken als marktvergunningen.

Slechts één maand na dit schrijven, in februari 1941, zouden de spanningen in deze specifieke buurt (het Waterlooplein en de omliggende straten) escaleren, wat leidde tot de eerste grote razzia's en de daaropvolgende Februaristaking. Dit document biedt daarmee een inkijkje in het "normale" leven en de kleine economische overlevingsstrategieën van buurtbewoners vlak voordat de situatie voor de Joodse bevolking drastisch zou verslechteren.

Samenvatting

Het document is een getypeerd afschrift van een administratief proces binnen de gemeente Amsterdam aan het begin van 1941. De kern van het document is een verzoek van een burger, Ph. Boas, om zijn bestaande uitstalvergunning op het Waterlooplein aan te passen.

Belangrijke elementen:
1. Van autobanden naar meubels: Boas stelt dat hij niet langer handelt in automobiel- en motorbanden (een handel die wellicht bemoeilijkt werd door de schaarste tijdens de bezetting) en wil overstappen op tweedehands meubelen.
2. Ruimtebeslag: Hij vraagt om 2 m² gemeentegrond. De directeur Publieke Werken (P.W.) preciseert dit in zijn advies: het gaat om stroken aan weerszijden van de ingang van pand 30, met een diepte van slechts 50 centimeter vanaf de gevel.
3. Bureaucratische gang: Het document toont de ambtelijke molen; zowel de Directeur Publieke Werken als de Directeur van het Marktwezen moeten hun akkoord geven ("Geen bezwaar") voordat de Burgemeester en Wethouders een besluit kunnen nemen.

Historische Context

Dit document is gedateerd op 9 januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, het Waterlooplein en de Valkenburgerstraat, vormden het hart van de Joodse buurt in Amsterdam.

De naam van de verzoeker, Ph. Boas (waarschijnlijk Philippus Boas), wijst in combinatie met de locatie zeer waarschijnlijk op een Joodse marktkoopman. In januari 1941 was de uitsluiting van Joodse burgers uit het economische leven door de bezetter al in volle gang, maar de formele bureaucratie van de gemeente Amsterdam functioneerde op dat moment nog grotendeels op de gebruikelijke wijze voor zaken als marktvergunningen.

Slechts één maand na dit schrijven, in februari 1941, zouden de spanningen in deze specifieke buurt (het Waterlooplein en de omliggende straten) escaleren, wat leidde tot de eerste grote razzia's en de daaropvolgende Februaristaking. Dit document biedt daarmee een inkijkje in het "normale" leven en de kleine economische overlevingsstrategieën van buurtbewoners vlak voordat de situatie voor de Joodse bevolking drastisch zou verslechteren.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 2