Archiefdocument
Origineel
Bodegraven 15-3-'41
m: Insp [?]
Mijnheer,
Bij deze bericht ik U dat
ik voor mijn plaats op de markt Waterlooplein
bedank (Plaats No 198)
Hopende U van deze nota wilt
nemen.
Hoogachtend
[onleesbare handtekening]
[Administratieve aantekeningen onderaan:]
Nº 30/14/1 M. 1941 17/3
30 De schrijver hanteert een zakelijke, ietwat verouderde stijl ("bedanken" voor een plaats in de betekenis van opzeggen). De zin "Hopende U van deze nota wilt nemen" is grammaticaal incorrect (het voegwoord 'dat' ontbreekt), wat vaker voorkwam in correspondentie van marktkooplieden of burgers die minder gewend waren aan formele schrijftaal. Het document is voorzien van een administratieve stempel met de datum 17/3 (17 maart), wat de datum van ontvangst of verwerking door de betreffende instantie (vermoedelijk de Amsterdamse Marktdienst) markeert. Dit document is historisch significant vanwege de datum en locatie: maart 1941. Dit is slechts enkele weken na de Februaristaking. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en de markt daar was grotendeels een Joodse markt. In deze periode intensiveerde de Duitse bezetter de anti-Joodse maatregelen. Joodse marktkooplieden werden onder druk gezet, hun vergunningen werden ingetrokken of zij werden gedwongen hun nering op te geven.
Hoewel de brief feitelijk een vrijwillige opzegging lijkt, moet deze gezien worden tegen de achtergrond van de toenemende uitsluiting van Joden uit het economische leven. Het feit dat de brief uit Bodegraven komt, kan erop wijzen dat de eigenaar van de standplaats niet langer in Amsterdam verbleef of daar niet meer veilig kon werken. Standplaats 198 op het Waterlooplein is daarmee een stille getuige van de ontmanteling van de Joodse marktcultuur tijdens de bezetting.