Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 240
Dossier 29
Jaar 1941
Stadsarchief

Brief/Rapportage

18 april 1941 Van: J. Benz

Origineel

Brief/Rapportage 18 april 1941 J. Benz Waterlooplein 18 April '41

Den Heer
Inspecteur

Dhr: R. Brander vraagt in zijn brief
of hij op de plaats van zijn zoon H.
Brander pl: n: 53 mag staan, dat is
niet zijn bedoeling, wel om 's morgens
bij het toewijzen van voor die dag
open plaatsen (waarbij vaste pl: h:
voor gaan) afgeroepen te worden op
het numm: wat zijn zoon heeft.
Aangezien de markt de laatste tijd
veel open plaatsen vertoont, zou ik
U in overweging willen geven het
verzoek toe te staan. Echter niet het
assistentie verzoek, aangezien daarmede
vervanging (wanneer hij zelf voor handel
weg is) bedoeld wordt.

J. Benz In deze brief rapporteert J. Benz aan een inspecteur over een verzoek van een heer R. Brander. Brander wil gebruikmaken van de rechten die verbonden zijn aan de marktplaats van zijn zoon (H. Brander, plaatsnummer 53) op de markt aan het Waterlooplein.

Het gaat specifiek om de procedure bij de dagelijkse marktindeling. Wanneer er 's ochtends plekken onbezet blijven (open plaatsen), worden gegadigden afgeroepen. R. Brander wil dat hij op basis van het nummer van zijn zoon als eerste in aanmerking komt voor zo'n vrijgekomen plek (na de vaste plaatshouders).

De schrijver, Benz, adviseert positief over dit verzoek omdat er "de laatste tijd veel open plaatsen" zijn. Hij maakt echter een voorbehoud: hij adviseert tegen het toekennen van een formeel "assistentie verzoek". Hij vreest dat dit zou betekenen dat de vader de zoon volledig mag vervangen wanneer deze voor andere zaken onderweg is, wat blijkbaar buiten de bedoeling van deze specifieke regeling valt. De datum van de brief, 18 april 1941, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment bijna een jaar bezet door nazi-Duitsland. Het Waterlooplein in Amsterdam was van oudsher het hart van de Joodse buurt en de locatie van een grote, overwegend Joodse markt.

De opmerking dat de markt "de laatste tijd veel open plaatsen vertoont" is veelzeggend en wrang. In het voorjaar van 1941 nam de vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam in alle heftigheid toe. Kort voor deze brief, in februari 1941, vonden de rellen in de Joodse wijk en de daaropvolgende Februaristaking plaats. Veel Joodse marktkooplieden raakten hun nering kwijt, werden opgepakt, moesten onderduiken of werden beperkt in hun bewegingsvrijheid. De "open plaatsen" op de markt zijn een direct gevolg van het wegvallen van deze kooplieden door de antisemitische maatregelen van de bezetter.

De achternaam "Brander" was een veelvoorkomende Joodse naam in Amsterdam in die tijd. Het verzoek van de vader om de plek van zijn zoon over te nemen, kan duiden op een poging om het familiebedrijf of de standplaatsrechten te behouden in een tijd van extreme onzekerheid. De weigering van het "assistentie verzoek" door Benz toont aan dat men, ondanks de lege plekken, vasthield aan strikte bureaucratische regels.

Samenvatting

In deze brief rapporteert J. Benz aan een inspecteur over een verzoek van een heer R. Brander. Brander wil gebruikmaken van de rechten die verbonden zijn aan de marktplaats van zijn zoon (H. Brander, plaatsnummer 53) op de markt aan het Waterlooplein.

Het gaat specifiek om de procedure bij de dagelijkse marktindeling. Wanneer er 's ochtends plekken onbezet blijven (open plaatsen), worden gegadigden afgeroepen. R. Brander wil dat hij op basis van het nummer van zijn zoon als eerste in aanmerking komt voor zo'n vrijgekomen plek (na de vaste plaatshouders).

De schrijver, Benz, adviseert positief over dit verzoek omdat er "de laatste tijd veel open plaatsen" zijn. Hij maakt echter een voorbehoud: hij adviseert tegen het toekennen van een formeel "assistentie verzoek". Hij vreest dat dit zou betekenen dat de vader de zoon volledig mag vervangen wanneer deze voor andere zaken onderweg is, wat blijkbaar buiten de bedoeling van deze specifieke regeling valt.

Historische Context

De datum van de brief, 18 april 1941, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment bijna een jaar bezet door nazi-Duitsland. Het Waterlooplein in Amsterdam was van oudsher het hart van de Joodse buurt en de locatie van een grote, overwegend Joodse markt.

De opmerking dat de markt "de laatste tijd veel open plaatsen vertoont" is veelzeggend en wrang. In het voorjaar van 1941 nam de vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam in alle heftigheid toe. Kort voor deze brief, in februari 1941, vonden de rellen in de Joodse wijk en de daaropvolgende Februaristaking plaats. Veel Joodse marktkooplieden raakten hun nering kwijt, werden opgepakt, moesten onderduiken of werden beperkt in hun bewegingsvrijheid. De "open plaatsen" op de markt zijn een direct gevolg van het wegvallen van deze kooplieden door de antisemitische maatregelen van de bezetter.

De achternaam "Brander" was een veelvoorkomende Joodse naam in Amsterdam in die tijd. Het verzoek van de vader om de plek van zijn zoon over te nemen, kan duiden op een poging om het familiebedrijf of de standplaatsrechten te behouden in een tijd van extreme onzekerheid. De weigering van het "assistentie verzoek" door Benz toont aan dat men, ondanks de lege plekken, vasthield aan strikte bureaucratische regels.

Locaties

Waterlooplein Amsterdam

Gerelateerde Documenten 2