Handgeschreven brief/notitie op een archiefstuk.
Origineel
Handgeschreven brief/notitie op een archiefstuk. 10 juni 1941. J. Rens (vermoedelijk een marktmeester of marktbeambte). Den Heer Inspecteur. Waterlooplein 10 Juni 1941
Den Heer
Inspecteur
Het verhaaltje wat B.
Groentenman schrijft over
M. Cohen, is van A. tot Z. ge-
logen. Wij hebben M. Cohen wel
eens uit de steeg gehaald,
maar altijd heeft hij (als hij
handel had), het voor die dag
verschuldigde marktgeld betaald
zie kw. 29 Mei nr 13452, 30 Mei 13490,
3 Juni 13530, 4 Juni 13568, 5 Juni
13615, 6 Juni 13661, 9 Juni 13706 en
10 Juni 13754
J. Rens In deze handgeschreven notitie verdedigt J. Rens de marktkoopman M. Cohen tegen een schriftelijke beschuldiging van een zekere "B. Groentenman". Rens stelt onomwonden dat het verhaal van de groenteman "van A. tot Z. gelogen" is.
Hoewel Rens toegeeft dat Cohen wel eens "uit de steeg gehaald" moest worden – wat impliceert dat hij soms buiten de officiële marktplaatsen in een zijsteeg handelde – benadrukt hij dat Cohen altijd netjes zijn marktgeld betaalde wanneer hij handel dreef. Als bewijs voert Rens een lijst aan met kwitantienummers van betalingen over de periode van eind mei tot 10 juni 1941. De toon is zakelijk maar beslist, waarbij Rens optreedt als getuige van de eerlijkheid van Cohen wat betreft zijn financiële verplichtingen aan de marktinstanties. Dit document stamt uit juni 1941, een kritieke periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en de locatie van een grote, dagelijkse markt waar veel Joodse handelaren werkzaam waren.
In deze periode werden de anti-Joodse maatregelen door de bezetter steeds strenger. Joodse marktkooplieden werden vaak het doelwit van pesterijen, valse beschuldigingen of uitsluiting. De bewuste actie van J. Rens (waarschijnlijk een marktambtenaar) om het voor een Joodse handelaar als M. Cohen op te nemen tegen een valse beschuldiging, is in dit licht betekenisvol. Het toont een vorm van professionele integriteit of solidariteit in een tijd waarin de Joodse bevolking systematisch werd gecriminaliseerd en gediscrimineerd. Enkele maanden na dit schrijven, in september 1941, werd het voor Joden definitief verboden om nog op openbare markten te staan.