Getypte brief met handgeschreven handtekening en aantekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven handtekening en aantekeningen. 4 november 1941. S. de Wilde-Barend, Plantage Kerklaan 57, Amsterdam. Directie Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam. [Stempel linksboven:] Nº 30/35/1 M.1041 5/11
[Rechtsboven:] Amsterdam,4 November 1941
[Handgeschreven rechtsboven:] m.i. Insp
Directie Marktwezen
Jan van Galenstraat
Amsterdam
-.-.-.-.-.-
Geachte Directie,
Op een der pas ingevoerde Joodse markten,
t.w.aan de Gaaspstraat,alhier,zag en vernam ik,dat het
speeltuinhuisje aldaar aan een consumptie-onderneming
verhuurd is.
Daar ik zelf ook in consumptiewaren doe,
zou ik gaarne voor het huisje op de huidige markt op
het Waterlooplein in aanmerking komen.
Hopende,dat U op dit verzoek gunstig zult
willen beschikken,verblijf ik,U bij voorbaat dankend,
Hoogachtend,
[Handgeschreven handtekening:] S. de Wilde - Barend
S.de Wilde-Barend
Pl.Kerklaan 57
Amsterdam
-.-.-.-.-.- * Onderwerp: De schrijfster, S. de Wilde-Barend, verzoekt de Directie Marktwezen om een standplaats of gebouwtje (het "huisje") op de Joodse markt op het Waterlooplein te mogen huren voor de verkoop van "consumptiewaren".
* Aanleiding: Zij refereert aan een vergelijkbare situatie op de markt in de Gaaspstraat, waar een speeltuinhuisje is verhuurd aan een andere ondernemer.
* Taalgebruik: De brief is opgesteld in een formele, zakelijke stijl die gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. Opvallend is het ontbreken van spaties na komma's op verschillende plekken, wat typerend kan zijn voor het typewerk.
* Administratieve sporen: De stempels en handgeschreven aantekeningen wijzen op de ambtelijke verwerking van het verzoek. De notitie "m.i. Insp" betekent waarschijnlijk "met instructie Inspecteur" of is een verwijzing naar de betreffende inspecteur van de markt. * Tweede Wereldoorlog en Segregatie: De brief dateert van november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In 1941 voerden de bezetters steeds strengere anti-Joodse maatregelen in.
* Joodse Markten: Vanaf september 1941 werden Joden in Amsterdam gedwongen hun inkopen te doen op speciaal aangewezen "Joodse markten". Ook Joodse marktkooplieden mochten alleen nog op deze markten staan. De markten in de Gaaspstraat en op het Waterlooplein waren twee van deze locaties.
* Economische overleving: De brief is een getuigenis van de pogingen van Joodse burgers om hun professionele leven en inkomen voort te zetten binnen de zeer beperkte en discriminerende kaders die door de bezetter waren opgelegd.
* Locatie: De afzender woonde aan de Plantage Kerklaan 57. De Plantagebuurt was een wijk met een relatief grote Joodse populatie en lag nabij de Hollandsche Schouwburg, die later als verzamelplaats voor deportaties zou dienen. Documenten als deze vormen een belangrijk puzzelstukje in het reconstrueren van het dagelijks leven en de bureaucratische werkelijkheid van Joodse Amsterdammers tijdens de vervolging.