Officieel administratief memorandum/briefing.
Origineel
Officieel administratief memorandum/briefing. November 1941 (notaties: "10/11-'41", "12/11 '41", "21/11/41"). [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. - No. 30/36/1 1941
DOORGEZONDEN: 10/11-'41.
[Eerste handgeschreven gedeelte, rechtsboven]
Alle beschikbare plaatsen op
de Joodsche markt Waterlooplein
zijn toegewezen.
m.i. moet het verzoek van Vogel
worden afgewezen. na ontslag
uit de werkverruiming kan Vogel
zich op de sollicitantenlijst van
het Waterlooplein laten inschrijven.
B 12/11 '41
[Tweede handgeschreven gedeelte, onderaan]
Naar aanleiding van Uw
brief dd. 5 dezer deel ik U mede,
dat U zich, zoodra U uit de werkverschaffing wordt
ontslagen, voor een plaats op de hulpmarkt W'plein
te mijnen kantore op de sollicitantenlijst kunt laten
inschrijven.
[Marginale notities en parafen onderaan]
30/36/2 [Rood stempelkader met 'M'] 21/11/41 HS DAT
[Paraaf/naam: de Beer?]
[Rode vink]
[Gedrukte tekst linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft de afhandeling van een verzoek van een persoon genaamd Vogel voor een standplaats op de Joodse markt op het Waterlooplein in Amsterdam.
De tekst bestaat uit twee delen:
1. Intern advies: Een ambtenaar stelt vast dat alle plaatsen bezet zijn en adviseert het verzoek af te wijzen. Er wordt echter een opening geboden: zodra Vogel stopt met zijn werk in de "werkverruiming" (een vorm van werkverschaffing), mag hij zich inschrijven op de wachtlijst.
2. Concept-beantwoording: Het onderste deel is de tekst van de officiële mededeling aan Vogel. Hierin wordt hem conform het advies meegedeeld dat hij zich na ontslag uit de werkverschaffing kan laten inschrijven voor een plaats op de "hulpmarkt W'plein".
Het document illustreert de strikte bureaucratische controle op de economische mogelijkheden voor Joodse burgers tijdens de bezetting. In 1941 intensiveerden de Duitse bezettingsautoriteiten in Nederland de anti-Joodse maatregelen. Een van deze maatregelen was de segregatie van het dagelijks leven, waaronder de handel. Joden mochten niet langer op reguliere markten staan; daarom werden er specifieke "Joodsche markten" ingesteld, zoals op het Waterlooplein in Amsterdam.
De termen "werkverruiming" en "werkverschaffing" verwijzen naar overheidsprogramma's voor werklozen. Voor Joodse mannen betekende deelname aan deze programma's in de loop van 1941 en 1942 vaak dat zij werden tewerkgesteld in werkkampen in Nederland, wat dikwijls een voorstadium was van deportatie naar de vernietigingskampen in het Oosten. Dit document toont hoe de overgang tussen verschillende vormen van (verplichte) arbeid en de beperkte handelsmogelijkheden administratief werd vastgelegd.