Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 291
Dossier 11
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke notitie/memorandum met handgeschreven kanttekeningen op een voorgedrukt formulier-fragment.

Dossier: 14, 30/39/1

Origineel

Ambtelijke notitie/memorandum met handgeschreven kanttekeningen op een voorgedrukt formulier-fragment. [Linksboven - Stempel]:
BIJBLAD VAN:
M. No. 30/39/1, 1941
DOORGEZONDEN: 11/11-41

[Bovenaan - Midden/Rechts - Handgeschreven notities]:
Ancientiteit?
In onderzoek 13/11 '41
Oproepen 15-12-41
912
10/7 - 12 - 41
10½ uur
[Paraaf]

[Hoofdtekst - Rechtsonder]:
W. Schaap, voorheen plaatshouder
op het Waterlooplein, is op de
sollicitantenlijst voor het Waterlooplein Y
ingeschreven onder nr. 35, als behorende
tot de groep kooplieden, die vóór
12 Maart '24 voor de dagmarkt
stonden ingeschreven, voor welke
groep de heer Sixma voor loting
de volgorde van inschrijving
heeft bepaald.
Schaap is in volgorde van
inschrijving aan de beurt geweest
om een plaats te kiezen.
[Paraaf] 12/12 '41

[Linkermarge - Handgeschreven notitie]:
Kan m.i. als
afgedaan worden
beschouwd.
Schaap ervan
overtuigd, dat
klacht ongegrond
is.
[Paraaf] 27/12 '41

[Onderaan de margentie]:
acc 24-12-41
Opb. [Paraaf] 2/1 '42
[Paraaf] 8/1 '42

[Linksonder - Gedrukte tekst]:
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een administratieve afhandeling van een klacht of verzoek van een marktkoopman genaamd W. Schaap. De kern van de zaak draait om "ancientiteit" (anciënniteit/voorrangsrecht) met betrekking tot het verkrijgen van een staanplaats op het Waterlooplein in Amsterdam.

Uit de tekst blijkt het volgende:
1. Status van Schaap: Hij was voorheen reeds plaatshouder op het Waterlooplein.
2. Procedure: Er is een nieuwe "sollicitantenlijst" aangelegd (mogelijk voor een specifiek deel, aangeduid met 'Y'). Schaap staat op nummer 35.
3. Rechten: Hij behoort tot een bevoorrechte groep kooplieden die al vóór 12 maart 1924 geregistreerd stonden voor de dagmarkt. De volgorde van deze groep is destijds door een zekere heer Sixma via loting bepaald.
4. Conclusie: De administratie stelt vast dat Schaap conform de regels en op basis van zijn inschrijvingsvolgorde aan de beurt is gekomen om een plek te kiezen.
5. Afdoening: De klacht van Schaap wordt als ongegrond beschouwd. In de kantlijn wordt genoteerd dat hij daarvan overtuigd is geraakt, waarna het dossier eind december 1941/begin januari 1942 wordt gesloten. De datering van dit document (eind 1941) is historisch zeer significant. Het Waterlooplein was van oudsher het hart van de Joodse markt in Amsterdam. Tijdens de Duitse bezetting werden vanaf september 1941 ingrijpende maatregelen genomen tegen Joodse marktkooplieden. Joden werden verbannen van algemene markten, en er werden specifieke "Joodse markten" aangewezen (waaronder het Waterlooplein).

Hoewel de tekst van dit document oogt als een puur bureaucratische exercitie over anciënniteit en lotingsvolgorde, vindt deze plaats in een periode van toenemende uitsluiting en registratie. De herindeling van de marktplaatsen ("Waterlooplein Y") en de strenge controle op wie waar mag staan, moet gezien worden in het licht van de verordeningen van de bezetter die de Joodse bevolking steeds verder isoleerden en hun economische basis ontmantelden. Het document toont de onverstoorde doorgan van de gemeentelijke bureaucratie te midden van deze ingrijpende maatschappelijke veranderingen. M. No W. Schaap Gemeente Amsterdam

Samenvatting

Dit document betreft een administratieve afhandeling van een klacht of verzoek van een marktkoopman genaamd W. Schaap. De kern van de zaak draait om "ancientiteit" (anciënniteit/voorrangsrecht) met betrekking tot het verkrijgen van een staanplaats op het Waterlooplein in Amsterdam.

Uit de tekst blijkt het volgende:
1. Status van Schaap: Hij was voorheen reeds plaatshouder op het Waterlooplein.
2. Procedure: Er is een nieuwe "sollicitantenlijst" aangelegd (mogelijk voor een specifiek deel, aangeduid met 'Y'). Schaap staat op nummer 35.
3. Rechten: Hij behoort tot een bevoorrechte groep kooplieden die al vóór 12 maart 1924 geregistreerd stonden voor de dagmarkt. De volgorde van deze groep is destijds door een zekere heer Sixma via loting bepaald.
4. Conclusie: De administratie stelt vast dat Schaap conform de regels en op basis van zijn inschrijvingsvolgorde aan de beurt is gekomen om een plek te kiezen.
5. Afdoening: De klacht van Schaap wordt als ongegrond beschouwd. In de kantlijn wordt genoteerd dat hij daarvan overtuigd is geraakt, waarna het dossier eind december 1941/begin januari 1942 wordt gesloten.

Historische Context

De datering van dit document (eind 1941) is historisch zeer significant. Het Waterlooplein was van oudsher het hart van de Joodse markt in Amsterdam. Tijdens de Duitse bezetting werden vanaf september 1941 ingrijpende maatregelen genomen tegen Joodse marktkooplieden. Joden werden verbannen van algemene markten, en er werden specifieke "Joodse markten" aangewezen (waaronder het Waterlooplein).

Hoewel de tekst van dit document oogt als een puur bureaucratische exercitie over anciënniteit en lotingsvolgorde, vindt deze plaats in een periode van toenemende uitsluiting en registratie. De herindeling van de marktplaatsen ("Waterlooplein Y") en de strenge controle op wie waar mag staan, moet gezien worden in het licht van de verordeningen van de bezetter die de Joodse bevolking steeds verder isoleerden en hun economische basis ontmantelden. Het document toont de onverstoorde doorgan van de gemeentelijke bureaucratie te midden van deze ingrijpende maatschappelijke veranderingen.

Genoemde Personen 2

M. No W. Schaap

Locaties

Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Gerelateerde Documenten 2