Brief (waarschijnlijk een doorslag van een officieel schrijven).
Origineel
Brief (waarschijnlijk een doorslag van een officieel schrijven). 25 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen). Den Heer J. Achttienribbe, Gerard Doustraat 174, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven bovenaan:] extra
[Rechtsboven:] HG.
den Heer J.Achttienribbe,
Gerard Doustraat 174,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
31/7/2 M.
25 Januari 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 16 Januari jl. verleen ik U hierbij tot uiterlijk 1 Maart a.s. uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Uilenburg te bezetten. U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld bij den dienstdoenden marktambte- naar wordt betaald.
De Directeur, In deze zakelijke correspondentie uit het begin van 1941 wordt aan de heer J. Achttienribbe officieel uitstel verleend voor het innemen van zijn standplaats op de markt in de Uilenburgstraat. Dit uitstel is geldig tot 1 maart 1941. De directeur van de betreffende dienst benadrukt echter dat de financiële verplichting blijft bestaan: het marktgeld moet ook tijdens de afwezigheid van de koopman gewoon worden afgedragen aan de dienstdoende ambtenaar.
De toon is strikt bureaucratisch en kenmerkend voor de ambtelijke communicatie in die tijd. De vermelding van "Wijk 14" en het specifieke adres in de Gerard Doustraat (de Pijp) geven de geografische context van de ontvanger binnen Amsterdam weer. Dit document is historisch significant vanwege de datum en de persoon in kwestie. In januari 1941 was Nederland bezet door nazi-Duitsland en werden de anti-Joodse maatregelen steeds nijpender. De markt op Uilenburg bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam.
De geadresseerde, Joseph Achttienribbe (geboren in 1878), was een Joodse koopman. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat hij inderdaad op de markt werkte. Dat hij in januari 1941 om uitstel vroeg om zijn plaats te bezetten, kan te maken hebben met de toenemende spanningen, intimidatie door de WA (de weerafdeling van de NSB) in de Joodse wijken, of persoonlijke omstandigheden. Slechts enkele weken na deze brief, in februari 1941, zouden de spanningen in de Joodse buurt leiden tot de gebeurtenissen die uitmondden in de Februari-staking.
Joseph Achttienribbe is, samen met zijn familie, tijdens de Holocaust gedeporteerd. Hij werd in september 1942 in Auschwitz vermoord. Dit document vormt daarmee een aangrijpend bewijs van de bureaucratische 'normaliteit' die doorging terwijl de Joodse gemeenschap systematisch werd ingesloten en bedreigd.