Dienstmededeling / Brief
Origineel
Dienstmededeling / Brief 18 februari 1941 J. Renz Sumatrastraat 18-2-41
Den Heer
Inspecteur
Gezien het groot aantal
vacante plaatsen op de markt
Sumatrastraat, zou ik U in over-
weging willen geven, het verzoek
van Mevr: Mackay toe te staan,
onder voorwaarde, dat het
verschuldigde marktgeld zoo
spoedig mogelijk voldaan
wordt.
J. Renz In deze brief adviseert de ondertekenaar (J. Renz) de marktinspecteur om coulant om te gaan met een verzoek van een zekere mevrouw Mackay. Hoewel mevrouw Mackay blijkbaar nog achterstallig "marktgeld" (staangeld) moet betalen, stelt Renz voor om haar toch een plek op de markt in de Sumatrastraat toe te wijzen.
De argumentatie hiervoor is puur pragmatisch: er staan op dat moment erg veel plaatsen leeg ("groot aantal vacante plaatsen"). Door mevrouw Mackay toe te laten, onder de voorwaarde dat zij haar schuld zo snel mogelijk voldoet, wordt geprobeerd de bezettingsgraad van de markt te verhogen en de inkomsten voor de gemeente veilig te stellen. Het handschrift is een duidelijk, zakelijk lopend schrift, typerend voor de administratie uit het midden van de 20e eeuw. De brief is gedateerd op 18 februari 1941, een roerige periode in het bezette Amsterdam (slechts een week voor de Februaristaking). De Sumatrastraat in de Indische Buurt was een bekende marktlocatie.
Het vermelde "groot aantal vacante plaatsen" is historisch interessant. Tijdens de bezetting nam de economische activiteit op de markten af door schaarste, maar ook door de toenemende uitsluiting van Joodse marktkooplieden. Hoewel de formele verbanning van Joden van de openbare markten pas in juni 1941 volledig van kracht werd, zorgden eerdere beperkingen en de algemene onrust in de stad (vooral in Amsterdam-Oost en de Jodenbuurt) al vroeg in 1941 voor lege plekken. Dit document illustreert hoe de marktmeesters probeerden de markt draaiende te houden ondanks de moeilijke omstandigheden en leegstand. Gezien het (Inspecteur) J. Renz Marktwezen