Ambtelijk advies/memorandum.
Origineel
Ambtelijk advies/memorandum. 9 juli 1941. Waarschijnlijk een afdelingshoofd of secretarie-ambtenaar (gezien de initialen VD/HG). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Handgeschreven rechtsboven:] M. de Boer [?]
[Handgeschreven midden boven in blauw:] Verzonden 9/7
VD/HG.
32/5/2 M.
1
9 Juli 1941.
Verplaatsing weekmarkt
Sumatrastraat naar de
Dapperstraat.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 28 Mei jl. om advies ontvangen stuk no.563 L.M.1941 heb ik de eer U het volgende te berichten.
De door adressant naar voren gebrachte argumenten tegen het in stand houden van de weekmarkt (tijdelijke hulpmarkt voor den Zaterdag uitsluitend voor levensmiddelen en bloemen) aan de Sumatrastraat, komen ongeveer op het volgende neer:
a. in strijd met de belangen van de venters uit de Indische buurt is op aandringen van een aantal fruitkooplieden van het Waterlooplein, die des Zaterdags clandestien een plaats innamen aan de Javastraat, in 1929 in deze straat een tijdelijke hulpmarkt gevestigd uitsluitend voor den verkoop van levensmiddelen en bloemen;
b. de fruitkooplieden van het Waterlooplein nemen op de markt aan de Sumatrastraat de beste plaatsen (hoekplaatsen) in. Hierbij wordt geïnsinueerd, dat bij de uitgifte van deze plaatsen indertijd, een "zoogenaamde" loting heeft plaats gevonden;
c. nu het isolement van Oost door den tunnelbouw is opgeheven, kan naar de meening van adressant de markt aan de Sumatrastraat wel verdwijnen en kunnen de kooplieden van deze markt desgewenscht een plaats innemen op de markt aan de Dapperstraat;
d. de winkeliers zouden bij opheffing dezer markt ten zeerste zijn gebaat.
Ten aanzien van de hierboven omschreven argumenten merk ik het volgende op.
ad a. Reeds lang voor 1929 werd door een zeer groot aantal venters uit Oost des Zaterdags clandestien een plaats ingenomen in de Javastraat en wel op het gedeelte tusschen Celebesstraat en de Sumatrastraat. In 1927 kwam bij Burgemeester en Wethouders een stroom van klachten binnen van winkeliers en huiseigenaren tegen de zich voor hun winkels... [tekst loopt door op volgende pagina]
--- * Kern van de zaak: Het document behandelt een verzoek (waarschijnlijk van een winkeliersvereniging of bewonersgroep) om de zaterdagmarkt in de Sumatrastraat op te heffen. De 'adressant' voert aan dat de markt onnodig is en dat er sprake is van oneerlijke concurrentie en voorkeursbehandeling.
* Belangenconflict: Er is een duidelijk conflict tussen de gevestigde winkeliers in de Javastraat/Sumatrastraat en de ambulante handelaren (marktkooplieden). De winkeliers ervaren de markt als overlast en oneerlijke concurrentie, vooral omdat de marktkooplieden van 'buiten' (het Waterlooplein) zouden komen.
* Beschuldiging van corruptie: In punt b wordt de integriteit van het marktwezen in twijfel getrokken door te suggereren dat de loting voor de beste plekken indertijd niet eerlijk is verlopen.
* Infrastructuur: Het document noemt de "tunnelbouw" in Amsterdam-Oost. Dit verwijst naar de grootschalige spoorwegwerken (Spoorwegwerken Oost) die rond 1939 werden voltooid, waarbij de vele gelijkvloerse kruisingen werden vervangen door viaducten en tunnels (zoals bij het Muiderpoortstation), wat de bereikbaarheid van de Indische Buurt sterk verbeterde.
--- * Tijdsbeeld: Het document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het een dagelijkse bestuurlijke kwestie betreft, valt de brief onder de verantwoordelijkheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen". In oorlogstijd was de voedselvoorziening en de regulering van markten een zaak van groot strategisch belang.
* Locatie: De Indische Buurt in Amsterdam-Oost was in die tijd een dichtbevolkte volkswijk. De markten waren essentieel voor de lokale voedselvoorziening, zeker naarmate schaarste door de oorlog toenam.
* Taalgebruik: Het ambtelijk taalgebruik is formeel en archaïsch ("kantbrief", "clandestien", "ten zeerste zijn gebaat"). De term "clandestien" wordt hier gebruikt voor handelaren die zonder vergunning een standplaats innamen, wat aangeeft dat de informele straathandel in de jaren '20 al voor spanningen zorgde.