Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 422
Dossier 29
Jaar 1941
Stadsarchief

Officieel schrijven / Besluit (doorslag van een brief).

23 juli 1941. Van: De Regeeringscommissaris voor Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken).

Origineel

Officieel schrijven / Besluit (doorslag van een brief). 23 juli 1941. De Regeeringscommissaris voor Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Nº 32/5/3 M. 1941 24/7 [stempel/getypt]
Markten 666 [handschrift]

L.M.
563 -1941-

23 Juli 1941.

[Handschriftelijke paraaf/notitie: ir Dir Insp. det]

Naar aanleiding van Uw brief van 25 Mei j.l. heb ik een onderzoek ingesteld naar hetgeen U daarin omtrent de tijdelijke hulpmarkten in de Indische buurt opmerkt.

Uit dit onderzoek is komen vast te staan:

1o. dat het vestigen van een tijdelijke hulpmarkt aan de Javastraat in 1929 niet heeft plaats gevonden op aandringen van enkele fruitkooplieden van het Waterlooplein, doch dat de oorzaak daarvan moet worden gezocht in het regelmatig clandestien innemen van plaatsen door venters uit de Indische buurt;

2o. dat de verplaatsing in Maart 1935 van deze tijdelijke hulpmarkt naar de Sumatrastraat het gevolg is van toenemende verkeersmoeilijkheden en aanhoudende klachten van huiseigenaren, bewoners en een aantal winkeliers aldaar;

3o. dat bij die verplaatsing in de eerste plaats rekening is gehouden met de ancienniteitsrechten der kooplieden en dat voor zooveel noodig, de toewijzing der plaatsen bij loting heeft plaats gevonden; een en ander tot groote tevredenheid der kooplieden. Hierbij valt op te merken, dat slechts enkele fruitkooplieden van het Waterlooplein een hoekplaats innemen, welke plaatsen hun op rechtmatige wijze zijn toegewezen, terwijl van de 36 vaste standplaatshouders van die markt er slechts 5 van Maandag tot Zaterdag een plaats op de markt op het Waterlooplein bezetten.

Ten slotte deel ik U mede, dat uit een op 14 Juni j.l. ingesteld plaatselijk onderzoek is gebleken, dat het grootste deel van de op het gedeelte der Sumatrastraat waar markt gehouden wordt, gevestigde winkeliers zich vóór het behoud van die markt heeft doen kennen en dat van de op dien dag op de weekmarkt Sumatrastraat aanwezige 44 plaatshouders zich slechts één plaatshouder vóór opheffing c.q. verplaatsing van die markt heeft uitgesproken.

Op grond van dit onderzoek moet ik Uw verzoek dan ook van de hand wijzen.

VM
den heer J. Wels,
Bataviastraat 77 A,
A_L_H_I_E_R (O).

De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
(get.) Voûte

de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN In dit document wijst de regeringscommissaris van Amsterdam een verzoek van een burger (de heer J. Wels) af. Wels had blijkbaar bezwaar gemaakt tegen de aanwezigheid of de gang van zaken rond de markt in de Sumatrastraat (Indische Buurt).

De brief weerlegt drie specifieke punten:
1. Ontstaan: De markt in de Javastraat (1929) ontstond niet door druk van buitenaf (Waterlooplein-kooplieden), maar om illegaal "clandestien" venten door buurtbewoners te reguleren.
2. Verplaatsing: De verhuizing naar de Sumatrastraat in 1935 was een noodgreep vanwege verkeershinder en klachten van omwonenden.
3. Rechtmatigheid: De toewijzing van plaatsen gebeurt eerlijk via anciënniteit en loting. De suggestie dat de markt gedomineerd wordt door 'vreemde' kooplieden van het Waterlooplein wordt met cijfers (slechts 5 van de 36) ontkracht.

De conclusie is gebaseerd op een lokaal onderzoek: zowel de meerderheid van de winkeliers als bijna alle marktkooplieden (43 van de 44) willen dat de markt blijft waar hij is. Dit document stamt uit juli 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De ondertekening door de "Regeeringscommissaris" is historisch significant. In maart 1941 had de Duitse bezetter het democratisch gekozen gemeentebestuur van Amsterdam ontbonden (als straf voor de Februaristaking). Edward Voûte werd door de Duitsers aangesteld als regeringscommissaris, een functie die de bevoegdheden van zowel de burgemeester als de gemeenteraad verenigde.

Hoewel de brief over een relatief alledaags onderwerp gaat (marktzaken), toont het de voortgang van de bureaucratie tijdens de bezetting. De Indische Buurt was in deze periode een dichtbevolkte wijk waar marktvoorzieningen essentieel waren voor de voedselvoorziening, zeker nu de schaarste door de oorlog begon toe te nemen. Het document geeft tevens inzicht in de stedelijke ontwikkeling en de spanningen tussen ambulante handel (markt) en de gevestigde middenstand (winkeliers) in de jaren '30 en '40.

Samenvatting

In dit document wijst de regeringscommissaris van Amsterdam een verzoek van een burger (de heer J. Wels) af. Wels had blijkbaar bezwaar gemaakt tegen de aanwezigheid of de gang van zaken rond de markt in de Sumatrastraat (Indische Buurt).

De brief weerlegt drie specifieke punten:
1. Ontstaan: De markt in de Javastraat (1929) ontstond niet door druk van buitenaf (Waterlooplein-kooplieden), maar om illegaal "clandestien" venten door buurtbewoners te reguleren.
2. Verplaatsing: De verhuizing naar de Sumatrastraat in 1935 was een noodgreep vanwege verkeershinder en klachten van omwonenden.
3. Rechtmatigheid: De toewijzing van plaatsen gebeurt eerlijk via anciënniteit en loting. De suggestie dat de markt gedomineerd wordt door 'vreemde' kooplieden van het Waterlooplein wordt met cijfers (slechts 5 van de 36) ontkracht.

De conclusie is gebaseerd op een lokaal onderzoek: zowel de meerderheid van de winkeliers als bijna alle marktkooplieden (43 van de 44) willen dat de markt blijft waar hij is.

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De ondertekening door de "Regeeringscommissaris" is historisch significant. In maart 1941 had de Duitse bezetter het democratisch gekozen gemeentebestuur van Amsterdam ontbonden (als straf voor de Februaristaking). Edward Voûte werd door de Duitsers aangesteld als regeringscommissaris, een functie die de bevoegdheden van zowel de burgemeester als de gemeenteraad verenigde.

Hoewel de brief over een relatief alledaags onderwerp gaat (marktzaken), toont het de voortgang van de bureaucratie tijdens de bezetting. De Indische Buurt was in deze periode een dichtbevolkte wijk waar marktvoorzieningen essentieel waren voor de voedselvoorziening, zeker nu de schaarste door de oorlog begon toe te nemen. Het document geeft tevens inzicht in de stedelijke ontwikkeling en de spanningen tussen ambulante handel (markt) en de gevestigde middenstand (winkeliers) in de jaren '30 en '40.

Gerelateerde Documenten 2