Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 478
Dossier 11
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

3 april 1941. Aan: De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 3 april 1941. De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. No 33/17/1 M. 1941 1/4 [stempel]

Amsterdam 3 April 1941.

Den Directeur van het
Marktwezen te Amsterdam.

M.
m. Jung [paraaf]

Door een tekort aan handel, is
het ons onmogelijk onze plaatsen op de
Westerstraat te bezetten.
Beleefd verzoeken wij u tijdelijk
uitstel om zodra weer voldoende
handel is weer geregeld onze plaat-
sen te bezetten.
Bij voorbaat dankend voor uw w.w.
medewerking in deze tekenen wij

Hoogachtend
S. Polak
Majubastraat 63 II
H Rooselaar
Majubastraat 63 II

Amsterdam.

[rechtsonder in de hoek:] 33 * Inhoud: In deze brief verzoeken twee marktkooplieden, S. Polak en H. Rooselaar, de directeur van het Marktwezen om toestemming hun staanplaatsen op de Westermarkt tijdelijk onbezet te laten. De reden die zij opgeven is een "tekort aan handel". Zij beloven hun plaatsen weer in te nemen zodra de handelssituatie verbetert.
* Taal en Stijl: De brief is geschreven in een formele, beleefde stijl die gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd ("Beleefd verzoeken wij", "Hoogachtend", "w.w. medewerking" – waarbij w.w. staat voor welwillende).
* Schrift: Een duidelijk leesbaar Nederlands cursief handschrift uit de eerste helft van de 20e eeuw.
* Administratieve sporen: De stempels en handgeschreven nummers boven- en onderaan wijzen erop dat dit document is opgenomen in een officieel overheidsarchief (het archief van het Marktwezen van de Gemeente Amsterdam). * Historische context: De datum van de brief, 3 april 1941, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan goederen drastisch toe door rantsoenering en vordering door de bezetter, wat verklaart waarom er een "tekort aan handel" was.
* Sociaal-geografische context: De afzenders woonden in de Majubastraat 63 in de Transvaalbuurt (Amsterdam-Oost). Dit was in 1941 een buurt met een zeer grote Joodse populatie. Gezien de namen (Polak en Rooselaar) en de locatie is het zeer waarschijnlijk dat het hier om Joodse marktkooplieden gaat.
* Tragische achtergrond: Voor Joodse Amsterdammers was 1941 het jaar waarin de vervolging intensiveerde. Kort na het schrijven van deze brief werden Joodse kooplieden steeds meer beperkt in hun handel en uiteindelijk volledig verbannen van reguliere markten. Uit archieven van de Oorlogsgravenstichting blijkt dat zowel Salomon Polak als Hartog Rooselaar (die op dit adres woonden) de oorlog niet hebben overleefd; zij zijn beiden in 1942 vermoord in Auschwitz. Dit schijnbaar eenvoudige administratieve briefje over marktplaatsen is daarmee een tastbaar bewijs van de wanhopige poging van deze mannen om hun dagelijks brood te blijven verdienen onder een steeds wreder regime.

Samenvatting

  • Inhoud: In deze brief verzoeken twee marktkooplieden, S. Polak en H. Rooselaar, de directeur van het Marktwezen om toestemming hun staanplaatsen op de Westermarkt tijdelijk onbezet te laten. De reden die zij opgeven is een "tekort aan handel". Zij beloven hun plaatsen weer in te nemen zodra de handelssituatie verbetert.
  • Taal en Stijl: De brief is geschreven in een formele, beleefde stijl die gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd ("Beleefd verzoeken wij", "Hoogachtend", "w.w. medewerking" – waarbij w.w. staat voor welwillende).
  • Schrift: Een duidelijk leesbaar Nederlands cursief handschrift uit de eerste helft van de 20e eeuw.
  • Administratieve sporen: De stempels en handgeschreven nummers boven- en onderaan wijzen erop dat dit document is opgenomen in een officieel overheidsarchief (het archief van het Marktwezen van de Gemeente Amsterdam).

Historische Context

  • Historische context: De datum van de brief, 3 april 1941, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan goederen drastisch toe door rantsoenering en vordering door de bezetter, wat verklaart waarom er een "tekort aan handel" was.
  • Sociaal-geografische context: De afzenders woonden in de Majubastraat 63 in de Transvaalbuurt (Amsterdam-Oost). Dit was in 1941 een buurt met een zeer grote Joodse populatie. Gezien de namen (Polak en Rooselaar) en de locatie is het zeer waarschijnlijk dat het hier om Joodse marktkooplieden gaat.
  • Tragische achtergrond: Voor Joodse Amsterdammers was 1941 het jaar waarin de vervolging intensiveerde. Kort na het schrijven van deze brief werden Joodse kooplieden steeds meer beperkt in hun handel en uiteindelijk volledig verbannen van reguliere markten. Uit archieven van de Oorlogsgravenstichting blijkt dat zowel Salomon Polak als Hartog Rooselaar (die op dit adres woonden) de oorlog niet hebben overleefd; zij zijn beiden in 1942 vermoord in Auschwitz. Dit schijnbaar eenvoudige administratieve briefje over marktplaatsen is daarmee een tastbaar bewijs van de wanhopige poging van deze mannen om hun dagelijks brood te blijven verdienen onder een steeds wreder regime.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 2