Brief (doorslag/archiefkopie), getypt.
Origineel
Brief (doorslag/archiefkopie), getypt. 17 april 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Mw. S. Kapper-Dingsdag, Gerard Doustraat 182 I, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven in blauw/paars potlood, rechtsboven:] C.v.d. Kaar
[Handgeschreven in paars krijt/potlood, diagonaal:] Verzonden 18/4
[Rechtsboven:] HG.
[Getypt:]
Mw. S. Kapper-Dingsdag,
Gerard Doustraat 182 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
33/18/2 M. 17 April 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 2 dezer verleen ik
U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes uitstel van Uw ver-
plichting om regelmatig Uw plaats op de markt Westerstraat te bezet-
ten. U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw
afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den
dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, * Onderwerp: Toekenning van uitstel van de bezettingsplicht voor een marktplaats.
* Kern van de inhoud: Mevrouw S. Kapper-Dingsdag heeft op 2 april 1941 een verzoek ingediend om tijdelijk niet op de markt te hoeven staan. De directeur verleent hiervoor toestemming voor een periode van drie maanden.
* Voorwaarde: Ondanks haar afwezigheid moet het wekelijkse marktgeld (stageld) gewoon worden doorbetaald aan de dienstdoende ambtenaar op de Westerstraat-markt.
* Administratieve sporen: De aantekening "Verzonden 18/4" geeft aan dat de brief een dag na de datering daadwerkelijk is verstuurd. "Wijk 14" verwijst naar de administratieve indeling van de stad of het marktwezen. * Historische periode: De brief is gedateerd op 17 april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* De Westerstraat-markt: Dit is een van de oudste en bekendste markten in de Amsterdamse Jordaan. Het marktwezen was streng gereguleerd; marktkooplieden waren verplicht hun standplaats in te nemen om hun vergunning te behouden.
* De geadresseerde: De achternaam "Dingsdag" is een veelvoorkomende Sefardisch-Joodse naam in Amsterdam. Gezien de datum (april 1941) vonden er in deze periode steeds meer beperkende maatregelen tegen Joodse burgers plaats. Hoewel de brief een gewone administratieve handeling lijkt (het regelen van verlof), is het in de context van de bezetting zeer waarschijnlijk dat de reden voor de afwezigheid van mevrouw Kapper-Dingsdag verband hield met de verslechterende omstandigheden voor Joodse markthandelaren, die later dat jaar geheel van de openbare markten zouden worden verbannen.
* Locatie: De Gerard Doustraat in de Pijp was indertijd een wijk met een aanzienlijke Joodse populatie.