Ambtelijk dossierstuk/indexkaart betreffende marktwezen.
Origineel
Ambtelijk dossierstuk/indexkaart betreffende marktwezen. April - mei 1941. [Rechtsboven handgeschreven nummer:] 459
[Stempel linksboven:]
B I J B L A D V A N :
M. No. 33/25/1 1941
DOORGEZONDEN: 22/4-'41.
[Tekst rechtsboven:]
S. Okker - Blom
p.l. 231 Westerstraat
29 Maart '41 gewaarschuwd
om geregeld op markt te
komen.
[Rechts midden:]
Th. v Burg
advies
23-4-41
de Koer [mogelijk de Boer]
[Midden, handgeschreven tekst:]
M.i. geen bezwaar dit verzoek,
vier weken uitstel van plaatsbezetten, toe te staan.
daar er over het algemeen geklaagd wordt door
de kooplieden dat zij geen handel kunnen koopen.
[Onderste sectie:]
Aan Mev. S. Okker - Blom kan
m. i . worden toegestaan om
gedurende vier weken haar plaats
op de markt Westerstraat niet in te nemen,
mits zij zorgt, het door haar tijdens haar afwezig-
heid verschuldigde marktgeld, wekelijks te betalen.
(Zie rapport contr: marktopz.)
[Handgeschreven aantekeningen en parafen rechtsonder:]
33/25/217 [in rood]
5/5/41 [in rood]
24/4 '41
modelbriefje 29-4-'41
verz 1/5 41
de Koer
[Linksonder voorgedrukte tekst:]
Alg. Zaken Model No/14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een administratieve notitie betreffende een verzoek van Mevr. S. Okker-Blom, een marktkoopvrouw woonachtig aan de Westerstraat 231. Uit de tekst blijkt een proces van handhaving en coulance:
1. Waarschuwing: Op 29 maart 1941 werd zij officieel gewaarschuwd omdat zij haar marktplaats niet regelmatig bezette. Het behouden van een vaste standplaats was gebonden aan de plicht deze ook daadwerkelijk te gebruiken.
2. Het Verzoek: Zij heeft daarop verzocht om vier weken uitstel van deze bezettingsplicht.
3. Argumentatie: De ambtenaar (Th. v Burg) adviseert positief ("geen bezwaar"). De reden die wordt aangevoerd is veelzeggend voor de tijd: kooplieden klagen dat zij "geen handel kunnen koopen". Er was dus een gebrek aan goederen om te verkopen.
4. Besluit: Het verzoek wordt ingewilligd onder de strikte voorwaarde dat zij gedurende haar afwezigheid wel wekelijks het marktgeld blijft doorbetalen. Het document dateert van april en mei 1941, een jaar na de Duitse inval in Nederland. De context is tweeledig:
* Oorlogseconomie: De opmerking dat kooplieden geen handel kunnen inkopen, wijst op de toenemende schaarste en de ontregeling van de distributieketen onder het regime van de bezetter.
* Joodse bevolking: De achternaam 'Okker' is een veelvoorkomende Joods-Amsterdamse naam. In 1941 werden de maatregelen tegen Joodse burgers steeds strenger. Hoewel dit document een regulier markt-administratief proces lijkt te tonen, vonden in deze periode de eerste grote uitsluitingen van Joodse kooplieden van openbare markten plaats (vaak resulterend in de oprichting van specifieke 'Joodse markten'). De Westerstraatmarkt in de Jordaan was een belangrijke plek voor de handel. Dat een koopvrouw in april 1941 nog via de reguliere weg uitstel van plaatsbezetting kon aanvragen, laat de ambtelijke continuïteit zien te midden van de escalerende vervolging. M. No S. Okker Marktwezen