Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 514
Dossier 90
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag op dun papier).

5 mei 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten te Amsterdam). Aan: Den Heer I. Haag, 2e Goudsbloemdwarsstraat 22, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Getypte brief (doorslag op dun papier). 5 mei 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten te Amsterdam). Den Heer I. Haag, 2e Goudsbloemdwarsstraat 22, Amsterdam-Centrum. HG.

Extra

den Heer I. Haag,
2e Goudsbloemdwarsstraat 22,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.

33/28/2 M. 5 Mei 1941.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 20 April jl. verleen ik
U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes toestemming Uw plaats
op de markt Westerstraat niet te bezetten.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens
Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den
dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.

De Directeur, Deze brief is een officiële verlening van verlof aan een marktkraamhouder. De heer I. Haag krijgt toestemming om zijn standplaats op de markt aan de Westerstraat in Amsterdam gedurende drie maanden onbezet te laten, gerekend vanaf 5 mei 1941. Deze beslissing volgt op een verzoek dat hij op 20 april van dat jaar had ingediend.

De toestemming is echter niet onvoorwaardelijk: de heer Haag blijft verplicht om wekelijks het marktgeld te betalen aan de dienstdoende ambtenaar, ondanks zijn afwezigheid. Dit onderstreept de strikte administratieve handhaving van marktregels door de gemeente Amsterdam. De vermelding "Wijk 9" duidt op de toenmalige wijkindeling van de stad. Het document dateert uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, Isaäc Haag (geboren in 1898), was een Joodse koopman die met zijn gezin op de Tweede Goudsbloemdwarsstraat 22 woonde.

In deze periode nam de druk op de Joodse bevolking in Amsterdam snel toe. Vanaf het najaar van 1941 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter verbannen van de reguliere markten en gedwongen hun waren op speciale "Joodse markten" te verkopen. De aanvraag voor een drie maanden durende afwezigheid in april/mei 1941 zou te maken kunnen hebben met persoonlijke omstandigheden, maar moet ook gezien worden tegen de achtergrond van de toenemende onzekerheid en uitsluiting van Joden uit het openbare economische leven.

Uit oorlogsarchieven blijkt dat Isaäc Haag en zijn vrouw Sara Haag-Velleman in juli 1943 zijn vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document vormt daarmee een aangrijpend administratief spoor van een leven dat kort daarna door de Holocaust zou worden weggevaagd. I. Haag Gemeente Amsterdam

Samenvatting

Deze brief is een officiële verlening van verlof aan een marktkraamhouder. De heer I. Haag krijgt toestemming om zijn standplaats op de markt aan de Westerstraat in Amsterdam gedurende drie maanden onbezet te laten, gerekend vanaf 5 mei 1941. Deze beslissing volgt op een verzoek dat hij op 20 april van dat jaar had ingediend.

De toestemming is echter niet onvoorwaardelijk: de heer Haag blijft verplicht om wekelijks het marktgeld te betalen aan de dienstdoende ambtenaar, ondanks zijn afwezigheid. Dit onderstreept de strikte administratieve handhaving van marktregels door de gemeente Amsterdam. De vermelding "Wijk 9" duidt op de toenmalige wijkindeling van de stad.

Historische Context

Het document dateert uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, Isaäc Haag (geboren in 1898), was een Joodse koopman die met zijn gezin op de Tweede Goudsbloemdwarsstraat 22 woonde.

In deze periode nam de druk op de Joodse bevolking in Amsterdam snel toe. Vanaf het najaar van 1941 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter verbannen van de reguliere markten en gedwongen hun waren op speciale "Joodse markten" te verkopen. De aanvraag voor een drie maanden durende afwezigheid in april/mei 1941 zou te maken kunnen hebben met persoonlijke omstandigheden, maar moet ook gezien worden tegen de achtergrond van de toenemende onzekerheid en uitsluiting van Joden uit het openbare economische leven.

Uit oorlogsarchieven blijkt dat Isaäc Haag en zijn vrouw Sara Haag-Velleman in juli 1943 zijn vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document vormt daarmee een aangrijpend administratief spoor van een leven dat kort daarna door de Holocaust zou worden weggevaagd.

Genoemde Personen 1

Locaties

Westerstraat

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Bloem Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Gerelateerde Documenten 2