Archief 745
Inventaris 745-355
Pagina 2
Dossier 23
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt verslag van een bespreking (notulen).

23 mei 1941.

Origineel

Getypt verslag van een bespreking (notulen). 23 mei 1941. Onderstaande transcriptie volgt de spelling en interpunctie van het origineel. Doorgestreepte woorden en typefouten zijn overgenomen zoals aangetroffen.

Noti~~s~~ties van een bespreking op Vrijdag 23 Mei 1941
van den Directeur van het Marktwezen, denHeer C.F.
Sixma, den bedrijfschef, den Heer J.Broerse, den
assistent-bedrijfschef den Heer H.Steenbeek en den
waarnemend Secretaris den Heer H.A.van Duinhoven met
de heeren Dijkstra, Kist, Draaisma en Nooy, grossiers
van de Centrale Markt.

Onderwerp:
Verhuring leegstaande pakhuizen.

De Directeur zet uiteen, dat er zich de laatste dagen verschil-
lende gegadigden voor openstaande pakhuizen op de
Centrale Markt hebben aangemeld; een en ander houdt
verband met het feit, dat de tuinders zijn verplicht
om te gaan veilen, waardoor een aantal grossiers,
wier verkoopmogelijkheid belangrijk is uitgebreid,
een nijpend gebrek aan pakhuisruimte krijgen. De
volgorde, waarin gegadigden in aanmerking behooren
te komen, is als volgt gedacht: in de eerste plaats
komen in aanmerking, bestaande pakhuisuurders, die
een naast hun pakhuis liggende, leegstaande, afdee-
ling erbij willen huren; in de tweede plaats komen
in aanmerking bestaande pakhuis_h_uurders, die door
ruiling met hun eigen pakhuisafdeeling een leegstaan-
de afdeeling willen huren; in de derde plaats open-
plaatshouders, die een leegstaande pakhuisafdeeling
zouden willen huren; in de vierde plaats grossiers,
~~wier~~ die reeds toegang tot de Centrale Markt hebben
gehad, doch die in verband met de tijdsomstandigheden
hun bedrijf hebben moeten stopzetten en die thans
weder voor een pakhuisafdeeling in aanmerking wen-
schen te komen en ten slotte personen, die nog nimmer
toegang tot de Centrale Markt hebben gehad en die
thans verzoeken een pakhuisafdeeling op deze markt
te mogen huren. Voor wat de twee laatste categorieën
betreft ligt het in de bedoeling voor het verleenen
van toegang tot de Centrale Markt die maatstaven aan
te leggen, die in overleg met den handel zullen wor-
den vastgesteld. Bij de verhuring moet verder reke-
ning worden gehouden met de bekende plannen tot
ariseering van de Centrale Markt. Er zal
moeten worden afgewacht, wat de beslissing van de
Duitsche autoriteiten terzake zal zijn. Van deze
beslissing hangt namelijk af hoe de verhuring op
pier B en van de pakhuizen in de Zuid-Westelijke
hoek van de Hal zal kunnen verloopen. De handel
kan zich met bovengeschetste gedragslijn vereenigen. Het document betreft een ambtelijk verslag over de schaarste aan pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De directeur stelt een prioritering vast voor het toewijzen van vrije ruimtes:
1. Bestaande huurders die willen uitbreiden (naastgelegen units).
2. Bestaande huurders die willen ruilen.
3. Openplaatshouders (handelaren zonder vast pakhuis).
4. Oud-grossiers die hun bedrijf eerder moesten staken.
5. Nieuwe gegadigden.

De kern van het document verschuift aan het einde naar de politieke realiteit: de toewijzing van ruimte is ondergeschikt aan de beslissingen van de Duitse bezetter. Er wordt expliciet verwezen naar plannen voor de "ariseering" (arisering), wat inhoudt dat Joodse handelaren uit de markt gedreven moeten worden. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam was een vitaal economisch knooppunt waar veel Joodse ondernemers werkzaam waren.

In mei 1941, een jaar na de inval, was de uitsluiting van Joden uit het economische leven in volle gang. "Arisering" betekende het onteigenen van Joodse bedrijven of het overdragen ervan aan "ariërs". Uit de tekst blijkt dat de directie van het Marktwezen de verhuur van pakhuizen on-hold zette in afwachting van instructies van de Duitse autoriteiten over wie er nog wel en wie niet meer op de markt mocht opereren. Het gebruik van de term "tijdsomstandigheden" is een destijds veelgebruikt eufemisme voor de beperkingen en chaos veroorzaakt door de bezetting.

Samenvatting

Het document betreft een ambtelijk verslag over de schaarste aan pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De directeur stelt een prioritering vast voor het toewijzen van vrije ruimtes:
1. Bestaande huurders die willen uitbreiden (naastgelegen units).
2. Bestaande huurders die willen ruilen.
3. Openplaatshouders (handelaren zonder vast pakhuis).
4. Oud-grossiers die hun bedrijf eerder moesten staken.
5. Nieuwe gegadigden.

De kern van het document verschuift aan het einde naar de politieke realiteit: de toewijzing van ruimte is ondergeschikt aan de beslissingen van de Duitse bezetter. Er wordt expliciet verwezen naar plannen voor de "ariseering" (arisering), wat inhoudt dat Joodse handelaren uit de markt gedreven moeten worden.

Historische Context

Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam was een vitaal economisch knooppunt waar veel Joodse ondernemers werkzaam waren.

In mei 1941, een jaar na de inval, was de uitsluiting van Joden uit het economische leven in volle gang. "Arisering" betekende het onteigenen van Joodse bedrijven of het overdragen ervan aan "ariërs". Uit de tekst blijkt dat de directie van het Marktwezen de verhuur van pakhuizen on-hold zette in afwachting van instructies van de Duitse autoriteiten over wie er nog wel en wie niet meer op de markt mocht opereren. Het gebruik van de term "tijdsomstandigheden" is een destijds veelgebruikt eufemisme voor de beperkingen en chaos veroorzaakt door de bezetting.

Locaties

Centrale Markt Amsterdam (impliciet).

Ambtenaren

J. Broerse Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 3

Gerelateerde Documenten 6