Archief 745
Inventaris 745-355
Pagina 5
Dossier 15
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

Niet expliciet vermeld op deze pagina, maar verwijst naar de periode na 1935 en noemt "de afgeloopen vier jaar", wat duidt op de late jaren '40 of vroege jaren '50.

Origineel

Niet expliciet vermeld op deze pagina, maar verwijst naar de periode na 1935 en noemt "de afgeloopen vier jaar", wat duidt op de late jaren '40 of vroege jaren '50. -4-

tot de Centrale Markt te worden toegelaten. Ook
Groenhuyzen heeft tot 1935 als grossier een plaats
op de Centrale Markt bezet; momenteel is hij markt-
koopman en bezet een plaats op de markt Albert Cuyp-
straat.
De handel is van meening, ~~dat~~ gezien ook den
omvang van den handel, die Groenhuyzen vroeger op de
markt heeft gedreven, dat hij niet alsggrossier kan
worden beschouwd en als zoodanig ook geen toegang tot
de Centrale Markt moet hebben.
Verzoek van S.Kroes om als grossier tot de
Centrale Markt te worden toegelaten.
Kroes is volgens de handel de persoon, die de
grossiers Stabij en Bernhard op de Centrale Markt
heeft gebracht; Kroes is namelijk een figuur, die
vroeger steeds ter verlichting van zijn eigen kosten,
trachtte nieuwe grossiers op de markt te brengen, die
dan begonnen op zijn plaats zich in te werken. Men
verwacht dan ook, dat Kroes na eenige maanden weder
gedwongen zal worden om de markt te verlaten, omdat
hij dan financieel niet meer in staat zal zijn om zijn
bedrijf voort te zetten. De handel is van meening, dat
Kroes ~~als~~ niet als bonafide grossier kan worden aan-
gemerkt. Men meent zelfs, dat hij de afgeloopen vier
jaar steun heeft getrokken. Besloten wordt Kroes voor
het geven van nadere inlichtingen op te roepen.
Verzoeken van twee gebroeders Ruhe en C.J.
Kempers om tot de Centrale Markt als groothandelaar
te worden toegelaten.
De Gebroeders Ruhe zijn tuinder, terwijl
Kempers personeel is bij zijnvader, die eveneens
tuinder is.
In verband met het feit, dat de tuinders
zijn verplicht om te gaan veilen, willen vorengenoem-
de personen voor eigen rekening groothandel gaan
drijven om zoodoende aan de veilingplicht te ontkomen.
Waar de Regeeringsinstanties hebben meegedeeld, dat
aan tuinders ingeen geval een groothandelserkenning
zal worden uitgereikt, zullen deze tuinders om die
reden geen toegang als grossiers tot de Centrale
Markt kunnen worden verleend.en zal hun verzoek dus
moeten worden afgewezen.
Verzoek van J.van Es om tot de Centrale Markt
als groothandelaar te worden toegelaten.
De Directeur deelt mede, dat over deze zaak enkele weken geleden
reeds met den handel is gesproken. Van Es was leurder,
is in het bezit van een groothandelserkenning, doch
dreef overigens een kleine zaak in bieten en ook wel
in andere groenten. Het staat vast, dat Van Es Dit document bevat de beraadslagingen over verschillende individuen die een vergunning aanvragen om als groothandelaar (grossier) op de Centrale Markt te mogen opereren. De besluitvorming is streng en gebaseerd op de aard van de eerdere handel en overheidsvoorschriften:

  1. Groenhuyzen: Wordt afgewezen omdat hij momenteel als marktkoopman (detailhandel) op de Albert Cuypmarkt staat en zijn eerdere omvang als grossier onvoldoende wordt geacht.
  2. S. Kroes: Er is grote scepsis over zijn integriteit. Hij wordt ervan beschuldigd slechts anderen aan te trekken om kosten te delen en zou de afgelopen vier jaar van de steun hebben geleefd. Hij moet op gesprek komen.
  3. Gebr. Ruhe en C.J. Kempers: Hun verzoek wordt direct afgewezen. Zij zijn tuinders die de verplichte veiling willen omzeilen door zelf als groothandelaar op te treden, wat volgens regeringsrichtlijnen verboden is.
  4. J. van Es: Een voormalig leurder met een geldige erkenning, maar een zeer kleine nering. Zijn zaak is nog in behandeling. Het document illustreert de strakke regulering van de voedseldistributie in Nederland in de periode van de wederopbouw. De "Centrale Markt" in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de groothandel in groenten en fruit.

De vermelding van de veilingplicht is cruciaal; dit systeem was bedoeld om de prijzen voor kwekers te beschermen en de markt transparant te houden. Tuinders mochten hun producten niet buiten de veiling om direct aan de handel verkopen ("grijze handel"). Door zich voor te doen als grossiers probeerden sommigen dit systeem te omzeilen.

De opmerking over het trekken van "steun" gedurende de laatste vier jaar suggereert dat de betrouwbaarheid van handelaren streng werd getoetst aan hun gedrag tijdens of vlak na de oorlogsjaren, waarbij economische zelfstandigheid een vereiste was voor een marktvergunning.

Samenvatting

Dit document bevat de beraadslagingen over verschillende individuen die een vergunning aanvragen om als groothandelaar (grossier) op de Centrale Markt te mogen opereren. De besluitvorming is streng en gebaseerd op de aard van de eerdere handel en overheidsvoorschriften:

  1. Groenhuyzen: Wordt afgewezen omdat hij momenteel als marktkoopman (detailhandel) op de Albert Cuypmarkt staat en zijn eerdere omvang als grossier onvoldoende wordt geacht.
  2. S. Kroes: Er is grote scepsis over zijn integriteit. Hij wordt ervan beschuldigd slechts anderen aan te trekken om kosten te delen en zou de afgelopen vier jaar van de steun hebben geleefd. Hij moet op gesprek komen.
  3. Gebr. Ruhe en C.J. Kempers: Hun verzoek wordt direct afgewezen. Zij zijn tuinders die de verplichte veiling willen omzeilen door zelf als groothandelaar op te treden, wat volgens regeringsrichtlijnen verboden is.
  4. J. van Es: Een voormalig leurder met een geldige erkenning, maar een zeer kleine nering. Zijn zaak is nog in behandeling.

Historische Context

Het document illustreert de strakke regulering van de voedseldistributie in Nederland in de periode van de wederopbouw. De "Centrale Markt" in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de groothandel in groenten en fruit.

De vermelding van de veilingplicht is cruciaal; dit systeem was bedoeld om de prijzen voor kwekers te beschermen en de markt transparant te houden. Tuinders mochten hun producten niet buiten de veiling om direct aan de handel verkopen ("grijze handel"). Door zich voor te doen als grossiers probeerden sommigen dit systeem te omzeilen.

De opmerking over het trekken van "steun" gedurende de laatste vier jaar suggereert dat de betrouwbaarheid van handelaren streng werd getoetst aan hun gedrag tijdens of vlak na de oorlogsjaren, waarbij economische zelfstandigheid een vereiste was voor een marktvergunning.

Kooplieden in dit dossier 3

Gerelateerde Documenten 6