Archief 745
Inventaris 745-355
Pagina 4
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte notulen of een ambtelijk verslag met handgeschreven correcties.

Origineel

Getypte notulen of een ambtelijk verslag met handgeschreven correcties. -3-

appelverbruik in Amsterdam van 39.000 mud per week; bij dit enorme verbruik waren de groentengrossiers nog in staat om voldoende groenten te leveren; na de distributie is het aantal hl. aardappelen terugge-loopen tot 17.000 mud per week. Deze teruggang zal ook zijn terugslag geven op het verbruik van groenten. De positie van de groentengrossiers wordt hierdoor weer moeilijker. Wat Stabij en Bernhard betreft zegt Dijkstra, dat deze personen feitelijk als expediteurs moeten worden aangemerkt; zij kunnen worden aangeduid met de naam gelegenheidskooplieden; het zijn zeker geen volwaardige grossiers en zij betee-kenen een gevaar voor de bonafide handel op de Cen-trale Markt.

De Directeur zegt, dat men bij het beoordeelen van het onderhavige onderwerp met twee grondslagen rekening moet houden: de kwaliteit en de kwantiteit. Voor wat de kwantiteit betreft wijst spreker erop, dat de Centrale Markt ruim is opgezet omdat er destijds 400 grossiers op de oude markt hun brood verdienden. Verschillende ervan zijn intusschen reeds afgevloeid en de prac-tijk heeft inmiddels bewezen, dat open plaatsen niet geschikt zijn voor den groentenhandel. Derhalve is besloten, dat deze plaatsen niet meer zullen worden uitgegeven en zooveel mogelijk zal worden bevorderd, dat de bestaande plaatshouders naar de pakhuizen zullen gaan. Indien derhalve de pakhuisafdeelingen alle zijn verhuurd, is er verder geen ruimte op de Centrale Markt voor nieuwe grossiers beschikbaar. Vooralsnog zal niet worden overwogen om nieuwe pak-huisafdeelingen bij te bouwen voor den groentenhandel, omdat daaraan voorloopig geen behoefte is. De questie van de kwantiteit lost zich derhalve vanzelf op. Wat de kwaliteit betreft wijst spreker erop, dat ten aanzien hiervan reeds bepaalde maatstaven zijn aan-gelegd. Men moet een groothandelserkenning bezitten en over voldoende financieele capaciteit om op de Centrale Markt handel te kunnen drijven. Ten aanzien van Stabij en Bernhard staat de zaak echter in zoo-verre anders, dat deze grossiers reeds een verleden op de Centrale Markt hebben. Er moeten dan ook ge-gronde bezwaren bestaan om hen de toegang tot de markt te weigeren.

De handel herhaalt, dat beide grossiers als gelegenheidskooplieden moeten worden beschouwd en dus geacht moeten worden niet den bonafiden groothandel uit te oefenen.

Verzoek van S.Groenhuyzen om als grossier Dit document verslaat een discussie over de toelatingsvoorwaarden en marktordening op de Centrale Markt van Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Economische druk: Er is sprake van een forse daling in de aardappelconsumptie (van 39.000 naar 17.000 mud), wat een negatief effect heeft op de groentehandel. Dit wordt direct gelinkt aan de "distributie" (rantsoenering).
  2. Professionalisering versus 'gelegenheidshandel': Er is een duidelijk conflict tussen de gevestigde orde ("de handel") en handelaren zoals Stabij en Bernhard. Dezen worden door Dijkstra weggezet als louter "expediteurs" of "gelegenheidskooplieden" die een gevaar zouden vormen voor de "bonafide" (betrouwbare) handel.
  3. Ruimtelijke ordening: De directeur licht toe dat de fysieke opzet van de markt verandert. Open standplaatsen worden uitgefaseerd ten gunste van pakhuizen. Omdat deze pakhuizen beperkt zijn, wordt de instroom van nieuwe grossiers hiermee effectief aan banden gelegd.
  4. Toelatingscriteria: De directeur hanteert objectieve criteria voor grossiers: het bezit van een groothandelserkenning en voldoende financiële draagkracht. Hoewel hij de kritiek op Stabij en Bernhard hoort, wijst hij erop dat hun historisch recht (hun "verleden op de Centrale Markt") zwaar weegt bij het weigeren van toegang. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam opende in 1934 en verving verschillende verspreide markten in de stad. Het was een modern complex bedoeld om de voedselvoorziening te stroomlijnen.

De term "distributie" wijst vrijwel zeker op de periode van de Tweede Wereldoorlog of de direct daaropvolgende jaren van schaarste en wederopbouw, toen voedsel op de bon was. De eenheid "mud" (gelijk aan 100 liter voor droge waren) was in die tijd de standaardmaat voor aardappelen en granen.

Het document illustreert de spanningen in een gereguleerde economie: gevestigde handelaren proberen hun marktpositie te beschermen door nieuwkomers of 'onzuivere' handelaren (die niet aan alle strenge criteria voldoen) uit te sluiten, terwijl de directie probeert te varen op een lijn van zakelijke criteria en bestaande rechten.

Samenvatting

Dit document verslaat een discussie over de toelatingsvoorwaarden en marktordening op de Centrale Markt van Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Economische druk: Er is sprake van een forse daling in de aardappelconsumptie (van 39.000 naar 17.000 mud), wat een negatief effect heeft op de groentehandel. Dit wordt direct gelinkt aan de "distributie" (rantsoenering).
  2. Professionalisering versus 'gelegenheidshandel': Er is een duidelijk conflict tussen de gevestigde orde ("de handel") en handelaren zoals Stabij en Bernhard. Dezen worden door Dijkstra weggezet als louter "expediteurs" of "gelegenheidskooplieden" die een gevaar zouden vormen voor de "bonafide" (betrouwbare) handel.
  3. Ruimtelijke ordening: De directeur licht toe dat de fysieke opzet van de markt verandert. Open standplaatsen worden uitgefaseerd ten gunste van pakhuizen. Omdat deze pakhuizen beperkt zijn, wordt de instroom van nieuwe grossiers hiermee effectief aan banden gelegd.
  4. Toelatingscriteria: De directeur hanteert objectieve criteria voor grossiers: het bezit van een groothandelserkenning en voldoende financiële draagkracht. Hoewel hij de kritiek op Stabij en Bernhard hoort, wijst hij erop dat hun historisch recht (hun "verleden op de Centrale Markt") zwaar weegt bij het weigeren van toegang.

Historische Context

De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam opende in 1934 en verving verschillende verspreide markten in de stad. Het was een modern complex bedoeld om de voedselvoorziening te stroomlijnen.

De term "distributie" wijst vrijwel zeker op de periode van de Tweede Wereldoorlog of de direct daaropvolgende jaren van schaarste en wederopbouw, toen voedsel op de bon was. De eenheid "mud" (gelijk aan 100 liter voor droge waren) was in die tijd de standaardmaat voor aardappelen en granen.

Het document illustreert de spanningen in een gereguleerde economie: gevestigde handelaren proberen hun marktpositie te beschermen door nieuwkomers of 'onzuivere' handelaren (die niet aan alle strenge criteria voldoen) uit te sluiten, terwijl de directie probeert te varen op een lijn van zakelijke criteria en bestaande rechten.

Kooplieden in dit dossier 3

Gerelateerde Documenten 6