Archief 745
Inventaris 745-355
Pagina 10
Dossier 1
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke of administratieve notities/notulen.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke of administratieve notities/notulen. Noot: Afkortingen en spelling zijn aangehouden zoals in het origineel.

niet te beschadigen.
Dus Arische menschen blijven zitten
op B. en alleen achterste 4 thans
door Joden bezetten, wanneer contract
afloopt Joden. Pieren A en C
dan geleidelijk alleen niet Joden.
Dus geleidelijk groeien.


v. Es. vorig maal behandeld.
heeft 6 jaar gelever met ijs
gevaren / + staanplaats. Laatste
3 jaar niet meer gehandeld met ijs.
staanplaats aangehouden voor reserve
moet weg van 't weerpark zijde voor
bieden.
keurige indruk; 2000.- kapitaal.
1940 f 20.000.- omzet bij commis-
sionairs. Vergunning accoord
toelaten


Kraes, aan gronier C.M.
tuinderij begonnen hun bedrijf.
kan niet hinhuren. Kapitaal 2500,-
vergunning accoord toelaten


De Vries handschoenen groothandelwerk.
gevestigd geweest op C.M. op pier E
kapitaal 3000.- Duitsche Wehrmacht
geleverd : f 3000.- tegoed.
veel in België gehandeld.
Handel : niet bona fide. Veel schulden
o.a. hwaas. Het document is een verslag van een besluitvormingsproces betreffende marktkooplieden en hun standplaatsen. Het bevat drie hoofdelementen:

  1. Segregatiebeleid: De bovenste alinea is een directe getuigenis van de "Arianisering" van de openbare ruimte. Er wordt expliciet instructie gegeven over de verdeling van de pieren (A, B en C) tussen "Arische menschen" en "Joden". Het beleid is erop gericht om Joodse handelaren geleidelijk te verdringen door contracten niet te vernieuwen.
  2. Individuele dossiers: Er worden drie handelaren besproken (v. Es, Kraes, De Vries). Hierbij wordt gekeken naar historisch kapitaal, omzetcijfers en gedrag tijdens de bezetting.
  3. Zakelijke integriteit en collaboratie: Bij de handelaar De Vries wordt opgemerkt dat hij aan de Duitsche Wehrmacht heeft geleverd en nog geld van hen tegoed heeft. Ondanks deze collaboratie wordt hij als "niet bona fide" (niet te goeder trouw) bestempeld vanwege schulden en onbetrouwbare handelspraktijken. Dit document is een kil administratief bewijsstuk van de bureaucratische uitvoering van de Holocaust en de economische uitsluiting van Joden in Nederland. De afkorting "C.M." verwijst zeer waarschijnlijk naar de Centrale Markthallen in Amsterdam-West.

Tijdens de Duitse bezetting werden Joodse marktkooplieden stapsgewijs geïsoleerd. Eerst mochten zij alleen nog op bepaalde plekken staan, om later volledig uit het economische leven te worden verwijderd. De notities tonen hoe de marktmeester of een vergunningscommissie deze uitsluiting op papier formaliseerde, terwijl ze tegelijkertijd de kredietwaardigheid van "Arische" ondernemers toetsten. Het document illustreert de grijze zone van de bezettingstijd: de vermenging van ideologische uitsluiting met alledaagse bureaucratie en opportunistische handel met de bezetter.

Samenvatting

Het document is een verslag van een besluitvormingsproces betreffende marktkooplieden en hun standplaatsen. Het bevat drie hoofdelementen:

  1. Segregatiebeleid: De bovenste alinea is een directe getuigenis van de "Arianisering" van de openbare ruimte. Er wordt expliciet instructie gegeven over de verdeling van de pieren (A, B en C) tussen "Arische menschen" en "Joden". Het beleid is erop gericht om Joodse handelaren geleidelijk te verdringen door contracten niet te vernieuwen.
  2. Individuele dossiers: Er worden drie handelaren besproken (v. Es, Kraes, De Vries). Hierbij wordt gekeken naar historisch kapitaal, omzetcijfers en gedrag tijdens de bezetting.
  3. Zakelijke integriteit en collaboratie: Bij de handelaar De Vries wordt opgemerkt dat hij aan de Duitsche Wehrmacht heeft geleverd en nog geld van hen tegoed heeft. Ondanks deze collaboratie wordt hij als "niet bona fide" (niet te goeder trouw) bestempeld vanwege schulden en onbetrouwbare handelspraktijken.

Historische Context

Dit document is een kil administratief bewijsstuk van de bureaucratische uitvoering van de Holocaust en de economische uitsluiting van Joden in Nederland. De afkorting "C.M." verwijst zeer waarschijnlijk naar de Centrale Markthallen in Amsterdam-West.

Tijdens de Duitse bezetting werden Joodse marktkooplieden stapsgewijs geïsoleerd. Eerst mochten zij alleen nog op bepaalde plekken staan, om later volledig uit het economische leven te worden verwijderd. De notities tonen hoe de marktmeester of een vergunningscommissie deze uitsluiting op papier formaliseerde, terwijl ze tegelijkertijd de kredietwaardigheid van "Arische" ondernemers toetsten. Het document illustreert de grijze zone van de bezettingstijd: de vermenging van ideologische uitsluiting met alledaagse bureaucratie en opportunistische handel met de bezetter.

Kooplieden in dit dossier 3

Gerelateerde Documenten 6